Wijs met de Bijbel is de naam van de Bijbelcampagne die zich uitstrekt over drie jaar (2011-2014) in aanloop naar het 200-jarig bestaan van het Nederlands Bijbelgenootschap en de verschijning van de Bijbel in Gewone Taal.

Het woord ‘wijs’ in Wijs met de Bijbel heeft een meerduidige betekenis: de Bijbel is een boek vol wijsheid; we moeten wijs omgaan met de Bijbel; je wordt wijs van de Bijbel, en je kunt ‘wijs zijn’ met de Bijbel (streektaal). Ook moeten we wijs omgaan met het bijbelwerk en het daarvoor bestemde geld.

We kiezen driemaal een jaarthema dat onder de hoofdnoemer ‘Wijs met de Bijbel’ past. Voor seizoen 2011/2012 is het thema ‘Wijze lessen van Jezus.’

Activiteiten

Het hele jaar door zullen activiteiten georganiseerd worden die verbonden zijn met dit thema. De belangrijkste daarvan zijn:

Ook zullen er diverse boeken uitgegeven worden die aansluiten bij dit thema.

Prijswinnaars kerkbankkaartactie

Collecte: Bedank uw kerk

Wilt u, namens het Nederlands Bijbelgenootschap uw kerk bedanken voor de collecte voor West-Afrika? Gebruik hiervoor onze Powerpoint-presentatie.

Wijze lessen van Jezus

Er is een selectie gemaakt van 25 wijze lessen van Jezus in de synoptische evangeliën.

  1. Zaligsprekingen: Mt 5:3-10
  2. Vraag en je zal gegeven worden: Mt 7:7-11
  3. Wees niet bang: Lc 12:6-7 
  4. Schapen en de bokken: Mt 25:31-46
  5. De vijf wijze en vijf dwaze meisjes: Mt 25:1-13
  6. Feestmaaltijd: Lc 14:15b-24
  7. De schat in de akker: Mt 13:44-46
  8. De verloren zoon: Lc 15:11b-32
  9. Kind worden: Mt 18:2-5 
  10. Laat je linkerhand niet weten: Mt 6:2-4
  11. Hemelse rijkdom: Mt 6:19-21      
  12. Werken in de wijngaard: Mt 20:1-16
  13. Geloof dat bergen verzet: Mt 17:20                 
  14. De barmhartige Samaritaan: Lc 10:15-37
  15. Eerste willen zijn: Mc 9:35b          
  16. Oordelen: Lc 6:36-42
  17. Heb je vijanden lief: Lc 6:27-35         
  18. Het verloren schaap en het verloren drachme: Lc 15:3-10
  19. Zorgen over morgen: Mt 6:25-34       
  20. Oog van een naald: Lc 18:25
  21. Schatten in schuren: Lc 12:16b-21  
  22. De farizeeër en de tollenaar: Lc 18:9-14
  23. De rijke man en Lazarus: Lc 16:19-31
  24. Een mosterdzaadje: Mc 4:30-32
  25. Mijn juk is zacht: Mt 11:28-30