Ds. Arie van der Veer: Gods Woord aan het woord laten
8 september 2009
Ik heb deze week een programma gemaakt met Lydia van der Meer. Zij is coördinator ‘Bijbelgebruik’ van het Nederlands Bijbelgenootschap. Samen met anderen spant zij zich in, om in Nederland het bijbelgebruik te verdiepen en te bevorderen.
De bijbel wordt vandaag aan de dag minder, maar vooral ook anders gebruikt, dan wij dat vroeger gewend waren. Wij lazen thuis de bijbel na het eten. Voor het eten bad vader of moeder ‘Het Onze Vader’, en na het lezen van de bijbel werd ‘O, HERE, wij danken U van harte, voor nooddruft en voor overvloed’, gebeden.
We lazen thuis niet volgens een vast plan. Toen mijn moeder heel oud was geworden, las ze bijna uitsluitend psalmen. Het allerlaatste jaar van haar leven, ze was toen 91, lag er meestal maar één psalm op har tafeltje open: psalm 73.
Wij lezen thuis ‘s morgens niet samen uit de bijbel. Mijn vrouw leest uit haar dagboek, en zelf zit ik in mijn studeerkamer en lees heel verschillende gedeelten uit de bijbel. Voor het opstaan lig ik vaak aan van alles te denken en zoek dan die gedeelten na het opstaan op. Mijn geweten zegt me, dat ik dat lezen uit de bijbel meer gestructureerd moet doen. Maar hoe ouder ik word, hoe moeilijker ik dat vind. Veel gedeelten uit de bijbel ken ik namelijk uit mijn hoofd. Om die gedeelten aandachtig lezen moet ik me extra inspannen. Daarom lees ik het liefst onbekende stukken. Als het even kan, beginnen mijn vrouw en ik wel de dag samen met gebed. Bij de avondmaaltijd hebben we vaak alle tijd en lezen we met behulp van een bijbelrooster van het NGB trouw en gestructureerd de bijbel.
In de kerk gaat het ook anders dan vroeger. Van mijn jeugd herinner ik me niet, dat mijn ouders een eigen bijbel bij zich hadden. Dat is pas veel later gekomen. Vijftig jaar geleden hadden we wel een psalmboekje bij ons. En soms lag op de vaste plaats in de kerk een bijbel, die gekregen was bij het verlaten van de zondagsschool. De dominee las ook niet uit de bijbel voor. Dat deed de voorlezer. De dominee kondigde hem aan. Ook de wet las de ouderling met luide (soms galmende) stem voor.
Ik weet nog heel goed, dat toen ik in Apeldoorn ‘aangenomen’ was om daar de opleiding voor dominee te volgen, dat ik merkte, dat ik meer verstand had van ‘dogmatiek’ dan dat ik bijbelkennis had. Ik had vele jaren catechisatie uit het boekje van ds.Abraham Hellenbroek, ‘Voorbeeld der goddelijke waarheden’ gehad. Die antwoorden leerde je, zoals over de mededeelbare en de onmededeelbare eigenschappen van God. Ook de vragen en antwoorden van de zondagen uit de catechismus kende ik beter dan de bijbelse onderbouwing. Ik wist bijvoorbeeld wel, dat God Eén in wezen was en drie in personen. Maar waarom dat zo was, kon ik veel moeilijker vertellen.
Ik vond en vind dat een groot tekort. Daarom heb ik d eerste jaren van mijn studie heb ik hard gewerkt aan mijn bijbelkennis. Niet zozeer de Theologische school heeft me daarbij geholpen, maar vooral de methode van de Navigators toen. Ik droeg altijd kaartjes bij me waarop bijbelteksten stonden en leerde ik ze uit mijn hoofd.
Ja, en waar is mijn bijbel nu te vinden? Niet alleen thuis, waar onze bijbel altijd klaarligt op de pianokruk, maar ook op mijn palmtop. Maar verreweg de meeste keren lees ik de bijbel in allerlei vertalingen via mijn laptop. Ik krijg volgende week een nieuwe iPhone. Reken maar dat de bijbel om deze mobiel komt.
In de kerk is het ook weer anders dan vroeger. Het aantal (gebonden) bijbels neemt af, maar iedereen leest wel via de beamer mee. Niet alleen voor de preek maar ook tijdens de preek. Ouderen moeten dar wel aan wennen. Zij hebben het gevoel dat de bijbel minder gelezen wordt. Dat kan best waar zijn, maar in onze kerk ‘s zondags niet. Iedereen leest juist mee. De bijbel kon toch nog wel eens meer gelezen worden dan menigeen denkt.
Wat wel minder is geworden is dat lezen aan tafel. Zoals samen gezellig eten minder is geworden. We hebben allemaal haast en moeten snel weg. Misschien is daarom samen de dag beginnen en afsluiten helemaal zo gek nog niet.
Er verandert rondom het bijbelgebruik dus nog al wat.
Toch ligt daar niet mijn grootste zorg. Die zorg heeft alles te maken met het antwoord op de vraag; wat zegt de bijbel? De bijbel zegt, dat Gods Woord nooit vruchteloos weerkeert. Maar, de vraag is, wat is Gods Woord. Dat is in ieder geval niet identiek met mijn meditaties en mijn theologische opvattingen. Was dat maar waar! Het is voor mij een voortdurende worsteling en gebed om dat te mogen ontdekken.
Wat kan een mens de bijbel laten buikspreken.
Samuël zei tegen God: spreek HERE, want uw knecht hoort. Dat doe ik nog steeds. Want dat is voor mij hard nodig. Anders laat ik niet God aan het woord, maar hoor ik mijzelf spreken.
Bron: Christelijk Informatie Platform
Op zondag 25 oktober, Nationale Bijbelzondag, is NBG-medewerker Lydia van der Meer te gast in het EO-programma Nederland Zingt op Zondag (Ned. 2 om 9.00 uur)