Reisverslag China: Kerkdienst op het platteland

Een groep van zes medewerkers van bijbelgenootschappen uit Engeland, Nederland, Singapore en Noorwegen reist twaalf dagen door China om Bijbelprojecten te bezoeken. Een deel van deze projecten is ondermeer tot stand gekomen door financiële steun van de donateurs van het Nederlands Bijbelgenootschap en Kerk in Actie. Joyce van de Veen reist mee. Zij is manager Fondsenwerving en Communicatie bij het NBG. Vandaag staat een bezoek aan drie kerken op het platteland van de provincie Henan op het programma.

Aan de rand van een middelgrote stad stopt ons busje voor een kerk. Rijen brommers en fietsen staan voor de deur. Een zieke oude vrouw wordt door haar dochter gebracht met een driewieler met laadbak. De kerk loopt vol en we hebben een kort moment om met voorganger Su van deze DrieZelfkerk te spreken. Hij is dankbaar dat mede dankzij de financiële steun van de bijbelgenootschappen er Bijbels geprint kunnen worden in China. Hierdoor heeft de kerk verschillende Bijbels en kinderbijbels kunnen kopen.

“Gedurende een aantal jaren waren we vooral bezig om kerken te bouwen. Nu is onze focus op training, vooral van jonge mensen. Ieder jaar gaan zo’n tien gemeenteleden naar het theologisch seminarie. Onze kerkleden merken het verschil in preken. Het is zoveel beter als sprekers een goede Bijbelopleiding hebben genoten. Naast training zijn we ook bezig met evangelisatie. Onze kerk heeft een vaste groep van zestig echte bidders. Elke ochtend of middag kunnen mensen naar onze kerk komen voor gebed. Telkens zijn er vier bidders aanwezig om de Heer te zoeken.”

 

Vlak voor we vertrekken spreek ik nog gauw met zondagsschoollerares Liu Xile (40). Ook zij is erg dankbaar voor de Kinderbijbels. “Voordat we de Kinderbijbels hadden, moesten we als leerkrachten altijd het bijbelverhaal zelf simpeler maken. Nu kunnen we Kinderbijbels gebruiken voor zondagschool. Regelmatig komen er nieuwe kinderen. Ze zijn meegenomen door vriendjes of vriendinnetjes. Het lijkt of kinderen veel makkelijker het evangelie aannemen dan ouderen. Ze zijn nog zo onschuldig.” De tijd is helaas te kort om nog langer door te praten. We moeten gauw naar de volgende kerkdienst.

We rijden op het platteland. Alleen velden met koren en maïs. Met er tussenin een hutje of boerderijtje. In het dorp hobbelen we over de weg tot ons busje niet verder kan. De weg is te smal. We stappen uit en lopen naar de kerk. Enkele vrouwen lopen ons tegemoet. Mijn beide handen worden vastgepakt en ze bieden aan onze tassen te dragen. Even later horen we geluiden van drums. Twaalf dames in helder blauwe broekpakken met een grote hoed op verwelkomen ons met getrommel. Ze begeleiden ons tot in de kerk. Buiten de kerk kun je meeluisteren; de luidsprekers zijn zo sterk dat het halve dorp het kan horen. Achterin de kerk moeten we ons tussen de mensen doorwringen. De kerk is overvol; achterin de kerk staan meer dan vijftig mensen.

Binnengekomen zien we een paar musjes rondvliegen. Tijdens de preek piepen ze vrolijk mee. Deuren en ramen staan open, dus houden we onze jassen aan. Met een temperatuur van slechts 10 graden is dat ook wel nodig. Het is april, maar voorin de kerk zien we een plastic Kerstboom in een stenen pot met aarde. Op het preekgestoelte staat een bos witte tulpen. En voorganger Wang spreekt tegen de achtergrond van een rood kruis in een weide met enkele schapen. Naast het kruis staan Chinese tekens die ‘Bron van 10.000 zegeningen’ betekenen. 

Vol overgave zingen de ruim 500 gelovigen ‘Halleluja …’. De voorganger in een rode coltrui met zwart/wit geruite jas erover spreekt levendig een gebed uit ‘Dank u voor de kracht die u elke dag geeft. Gedenk ons broeders en zusters die problemen hebben …’ Wij zijn gevraagd om ook enkele woorden te spreken en daarna delen we een aantal Bijbels uit aan de gemeenteleden.

Na de dienst praten we met Wang verder. Hij legt uit: “Al mijn gemeenteleden zijn kleine boeren. Ze leven van wat ze verbouwen op hun stukje land. Op de markt kunnen ze iets van hun waar verkopen. Per maand verdienen ze daarmee zo’n 9 euro. Gelukkig heeft tweederde van de gemeenteleden een eigen bijbel kunnen kopen. Die kosten 1,80 euro. Dus daar moeten ze best een tijdje voor sparen.” Dan vervolgt Wang: “We weten dat de Bijbels gesubsidieerd zijn. Zonder jullie hulp zijn ze onbetaalbaar voor ons. Wij willen jullie hartelijk bedanken voor de Bijbels die we vandaag gratis hebben mogen ontvangen. De kerk groeit en er zijn nieuwe gelovigen die graag een exemplaar willen ontvangen.”

Na de dienst blijven alle gemeenteleden lunchen. Het hele kerkplein staat vol gelovigen met een kom gevulde soep. Ik raak in gesprek met Wang Yuan Yuan (21). “We wonen met drie generaties in ons boerderijtje. Mijn grootvader, schoonvader en man zijn allemaal boer. De meeste familieleden zijn Christen. Mijn broer is werk gaan zoeken in de stad. Ik vind het jammer dat hij geen tijd meer heeft om daar naar een kerk te gaan. Een paar maanden geleden heb ik voor het eerst een bijbel gekregen. Ik gebruik hem vaak in de kerk, want alleen de bijbel lezen vind ik toch wat moeilijk. We zingen elke avond gezangen thuis. Als ik iets niet begrijp van de Bijbel, dan vraag ik het mijn grootmoeder. Aanstaande zaterdag laat ik mij dopen*.”

* In China kan dit pas vanaf 18 jaar.