Herders horen het goede nieuws
8 Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten buiten op hun schapen.
9 Opeens stond er een engel tussen hen in. En het licht van God straalde om de herders heen. De herders werden bang. 10 Maar de engel zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee zijn. 11 Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. 12 En zo kunnen jullie hem herkennen: het kind ligt in een voerbak en is gewikkeld in een doek.’
13 En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen. Ze eerden God en zeiden: 14 ‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.’
De herders gaan naar Betlehem
15 De engelen gingen terug naar de hemel. En de herders zeiden tegen elkaar: ‘Kom, we gaan naar Betlehem. Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.’
16 Ze gingen meteen naar Betlehem. Daar vonden ze Maria en Jozef, en in een voerbak lag het kind. 17 Toen de herders het kind zagen, vertelden ze wat de engel over hem gezegd had. 18 Iedereen die het hoorde, was verbaasd over het verhaal van de herders. 19 Maria probeerde te begrijpen wat het betekende. Daarom bleef ze steeds maar denken aan wat de herders gezegd hadden.
20 De herders gingen terug naar hun schapen. Ze eerden God en dankten hem voor alles wat ze gezien en gehoord hadden. Want alles was precies zoals de engel gezegd had.
21 Een week later werd het kind besneden. Maria en Jozef noemden hem Jezus. Dat was de naam die de engel genoemd had, nog voordat Maria zwanger was.



NBG-pagina op Facebook