Prediker 12:1-8

Denk aan God die je gemaakt heeft

1 Denk aan God die je gemaakt heeft. Denk aan hem nu je nog
jong bent. Want straks komen de slechte dagen. Dan komt de tijd dat
je geen plezier meer in het leven hebt.

2 Denk aan God die je gemaakt heeft. Straks wordt het donker.
Dan verdwijnt het licht van de zon, van de maan en de sterren. Dan
blijft het bewolkt, ook als de regen ophoudt.

3 Straks ben je oud. Je handen gaan trillen en je benen gaan krom
staan. Je tanden vallen uit je mond. Je ogen zien niets meer. 4 Je oren
horen niet meer wat er buiten gebeurt. Je stem is bijna niet meer te
verstaan. Je hoort het geluid van de vogels niet meer. 5 Je durft geen
heuvel meer op te klimmen. Je vindt het gevaarlijk op de weg. Je
haren zijn grijs geworden en je komt nog maar met moeite vooruit.
Je verlangt nergens meer naar. En ten slotte ga je dood. Dan wordt er
om je getreurd in de straten.

6 Denk aan God die je gemaakt heeft. Straks wordt je leven
afgebroken. Zoals een zilveren ketting breekt of een gouden lamp.
Zoals een waterkruik in stukken valt en de emmer die het water uit
de put haalt. Zo breekt je leven af. 7 Dan gaat je lichaam terug in de
aarde, waaruit de mens werd gemaakt. Dan gaat je levensadem terug
naar God, die de mens het leven gegeven heeft.

8 Alles gaat voorbij, zei Prediker. Er is niets dat blijft. Het is
allemaal zinloos.

Terug naar overzicht voorbeeldteksten

Toelichting bij dit voorbeeld

Lees de uitleg van Harry Sysling over Prediker 12:1-8 in de BGT (Met Andere Woorden 28/3, 2009). Deze tekst in Prediker is te lezen als een allegorie over het ouder worden en de naderende dood. Het bevat een opeenvolging van beelden die aspecten benoemen van het voorbijgaande leven. Voor een duidelijke vertaling is het noodzakelijk om de achterliggende betekenis van de beelden naar voren te halen. Dat leidt tot een aansprekende tekst, die voor veel lezers begrijpelijk is.