Onlangs werd de interessante stelling gelanceerd dat het Hebreeuwse werkwoord bara’ (in Gen. 1:1 en elders) niet met ‘scheppen’ moet worden vertaald, maar met ‘scheiden’. De stelling werd gebracht door de Nijmeegse hoogleraar Ellen van Wolde voorafgaand aan haar oratie (9 okt. 2009).
Wat betekent haar stelling voor de Nederlandse bijbelvertalingen? Die vraag zullen we beantwoorden in vijf stappen:
- De betekenis van bara’ in de Hebreeuwse Bijbel
- Bewijs uit teksten buiten de Bijbel?
- Andere argumenten voor bara’ = scheiden?
- De vertaalkwestie in Genesis 1:1-3
- Conclusie
bronvermelding
1. De betekenis van bara’ in de Hebreeuwse Bijbel
Het werkwoord bara’ komt tientallen keren voor in de Hebreeuwse Bijbel. Van Wolde doet verschillende uitspraken over dit werkwoord die de aandacht trekken. Ze stelt dat dit werkwoord vergezeld gaat van “twee of meer objecten” (p. 14). Wanneer we alle tekstplaatsen langslopen, zien we dat er soms twee objecten bij bara’ staan en een enkele keer drie, maar meestal één. Die grootste groep, bara’ met één object, is interessant, want hoe kun je in die gevallen van ‘scheiden’ spreken? Laten we naar een aantal teksten kijken waar het werkwoord bara’ voorkomt met één of meer objecten.
Klik hier voor tien voorbeeldteksten
In deze voorbeeldteksten past de gebruikelijke betekenis ‘scheppen’ of ‘maken’ goed. Het is niet duidelijk hoe de vertaler er hier met de betekenis ‘scheiden’ uit komt. Vooral het voorbeeld van Jesaja 65:17 is interessant, omdat daar de betekenis van ‘scheppen’ in de zin van ‘iets maken’ zonder meer duidelijk wordt. Zoals God ‘de hemel en de aarde’ heeft geschapen, zo zal hij, volgens Jesaja 65:17 ook ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ scheppen. Dit wordt bevestigd in Jesaja 66:22, waar over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde wordt gezegd, dat God die zal tot stand zal brengen. In plaats van bara’ wordt daar het werkwoord ‘asah gebruikt dat gewoon ‘maken’ betekent.
In de teksten die Van Wolde bespreekt, probeert zij met de betekenis ‘scheiden’ uit te komen. De vraag is of het resultaat aannemelijk is.
Klik hier voor voorbeeldteksten uit de bespreking
2. Bewijs uit teksten buiten de Bijbel?
Van Wolde betoogt dat de scheppingsverhalen uit Mesopotamië laten zien dat de schepping van hemel en aarde werd voorgesteld als het scheiden van de hemel en de aarde. Zij noemt ook een aantal teksten (p. 8-10). Maar die teksten zijn slechts een deel van het verhaal. Er zijn ook allerlei teksten uit de wereld rondom de Bijbel waarin de schepping van hemel en aarde niet als ‘scheiden’ wordt voorgesteld, maar als ‘scheppen’, ‘maken’, of ‘bouwen’.
In Akkadische teksten komen we geregeld de voorstelling tegen dat één of meerdere goden ‘de hemel’ of ‘de aarde’ of ‘de hemel en de aarde’ of ‘de mensheid’ hebben geschapen. Daarvoor wordt vaak het woord banû gebruikt, dat ‘scheppen’ of ‘bouwen’ betekent (voorbeeld a).
Ook in Sumerische teksten komen we de voorstelling tegen dat goden de hemel en de aarde hebben geschapen (met het woord dim2, dat ‘scheppen’ of ‘maken’ betekent). (voorbeeld b).
Bovendien zijn er veel inscripties uit de Perzische tijd waarin de god van de Perzische koningen wordt aangeduid als ‘schepper van hemel en aarde’, waarbij het woord dā dat ‘scheppen’ betekent, wordt gebruikt. (voorbeeld c).
Het ontstaan van de hemel en de aarde blijkt op verschillende manieren te worden voorgesteld. Soms komen we de voorstelling tegen dat de hemel en aarde van elkaar werden ‘gescheiden’. Daarnaast komt de voorstelling voor dat de hemel en aarde worden gemaakt of geschapen. Van Wolde’s stelling dat Genesis 1:1 “onmiskenbaar” past in het patroon van het scheiden van de hemel en de aarde (p. 10), is een overstatement. Je kunt met behulp van andere teksten precies het tegendeel beweren.
3. Andere argumenten voor bara’ = scheiden?
Van Wolde geeft nog enkele andere argumenten om haar opvatting bara’ = scheiden te onderbouwen. (p. 15). Ze stelt: op plaatsen in het Oude Testament waar God wordt voorgesteld als degene die de hemel en de aarde heeft gemaakt, is niet het werkwoord bara’ maar een ander werkwoord gebruikt (p. 15). Volgens haar moet het in Genesis 1 dan wel over iets anders gaan. Een voorbeeld van de voorstelling van God als maker van hemel en aarde is te vinden in Genesis 14:19, 22. Hier staat het woord qana’, een synoniem van andere Hebreeuwse werkwoorden die ‘iets (nieuws) maken’ betekenen. Maar zo is er nog een tiental teksten te noemen. Al die teksten wijzen erop dat de voorstelling van God als schepper van hemel en aarde heel normaal is in de Bijbel en dat dit met verschillende werkwoorden kan worden benoemd. Dan is het natuurlijk niet vreemd dat ook Genesis 1 precies daarover zou gaan.
Er bestaan andere Hebreeuwse werkwoorden om het scheppend handelen te beschrijven. Maar dat hoeft niet meteen een argument te zijn voor de opvatting dat bara’ iets anders betekent, zoals Van Wolde veronderstelt (p. 15). Het is inderdaad zo dat het formerende, creërende, scheppende werk van God in de Bijbel op allerlei manieren wordt uitgedrukt. Bijvoorbeeld in teksten met het werkwoord ‘asah zoals in Exodus 20:11, 2 Koningen 19:1, Psalm 115:15 en Jeremia 32:17. Maar als men de vele parallelle zinswendingen in die ‘scheppingsteksten’ analyseert, dan blijkt het werkwoord bara’ juist een synoniem zijn van andere werkwoorden die ‘iets (nieuws) maken’ betekenen. Dan ligt het voor de hand om die betekenis van bara’ ook in Genesis 1 te veronderstellen.
Ook noemt Van Wolde “het opvallende feit dat in de Hebreeuwse bijbel het woord ‘schepper’ nooit wordt uitgedrukt door het tegenwoordige deelwoord van bara’” (p. 15). Zij gebruikt dat dit als argument voor haar stelling. Maar in feite komt de Hebreeuwse vorm die het woord ‘schepper’ uitdrukt, vaak voor, zie Prediker 12:1; Jesaja 40:28; 42:5; 43:1,15; 45:7,18; 57:19; 65:17,18 en Amos 4:13.
4. Een vertaalkwestie in Genesis 1:1-3
Afgezien van de vraag welke betekenis het werkwoord bara’ heeft, blijft de vertaling van Genesis 1,1 en in het bijzonder van vers 1-3 een interessante kwestie. We citeren van dat gedeelte een aantal vertalingen om de verschillende mogelijkheden te laten zien.
Klik hier voor de bespreking van de vijf vertalingen
Wie de vijf vertalingen met elkaar vergelijkt, ziet al snel waar ze van elkaar verschillen. Hoe Genesis 1:1-3 wordt vertaald, hangt af van de interpretatie van de Hebreeuwse zinsconstructie. Er zijn grofweg twee interpretaties van vers 1-3.
Volgens de ene opvatting begint het scheppen pas echt in vers 3 met “God zei: ‘Er moet licht komen’”. Wat in vers 1-2 staat, biedt de lezer vooraf informatie over het thema van eerste hoofdstuk in de Bijbel (vers 1) en over de situatie zoals die was vóór de eerste dag (vers 2). De vertalingen die uitgaan van deze interpretatie, zijn de Leidse vertaling, New Revised Standard Version en de Traduction Oecumenique de la Bible.
De andere opvatting laat in het midden waar sprake is van de eerste handeling in het scheppingswerk. Daarin kan vers 1 opgevat worden als een presentatie van een absoluut begin. Daarop volgen dan –te beginnen met vers 3– de andere scheppingsmomenten. Zie de Nieuwe Bijbelvertaling en de Willibrordvertaling.
Het is moeilijk uit te maken welke interpretatie van de Hebreeuwse tekst van Genesis 1:1-3 de beste is. Het is goed de lezer die zelf niet in staat is de teksten in de oorspronkelijke taal te lezen, te informeren over andere vertaalmogelijkheden, zoals dat gebeurt in de voetnoten in de Nieuwe Bijbelvertaling en de New Revised Standard Version. Maar welke interpretatie men ook kiest, de keuze heeft altijd consequenties voor de manier waarop men het scheppingsverhaal in zijn geheel en in de kleinste onderdelen daarvan uitlegt.
5. Conclusie
Na bestudering van de uiteenzetting van Van Wolde kunnen we niet meegaan met haar vertaalvoorstel. Een evaluatie van het gebruik van het werkwoord bara’ in de Hebreeuwse Bijbel bevestigt volgens ons de algemeen aanvaarde betekenis ‘scheppen, iets nieuws maken’, precies zoals in de handboeken staat. De argumenten voor bara’ als ‘scheiden’ zijn niet overtuigend. Dat geldt ook ten aanzien van het gebruik van bara’ in Genesis 1. De vertaling van Genesis 1:1 hoeft niet te worden gewijzigd.
bronvermelding:
E.J. van Wolde, Terug naar het Begin (Oratie Nijmegen; oktober 2009), pp. 1-28
W. Horowitz, Mesopotamian Cosmic Geography (Mesopotamian Civilizations), Winona Lake, 1998 (voor diverse teksten, Sumerisch en Akkadisch, met vertaling en bespreking)
website http://etcsl.orinst.ox.ac.uk (voor de Sumerische teksten en hun vertaling)
website http://www.livius.org/aa-ac/achaemenians/inscriptions.html (voor de Perzische teksten en hun vertaling)
dr. Jaap van Dorp en dr. Matthijs J. de Jong, werkzaam als resp. oudtestamenticus en nieuwtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap




