Jesaja 45:6b-7
Ik ben de HEER, er is geen ander die het licht vormt (jatsar) en het donker schept (bara’), die vrede maakt (‘asah) en onheil schept (bara’). Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet (‘asah).
Bij bara’ staat tweemaal één object, ‘het donker’ en ‘het onheil’. Volgens Van Wolde moeten we het anders lezen. Niet ‘het donker’ en ‘het onheil’ vormen het directe object van bara’, maar ‘het licht’ en ‘vrede’. Zij stelt als vertaling voor (p. 16):
- die het licht vormt en het (d.w.z. het licht) van het donker scheidt
- die de vrede maakt en het (d.w.z. de vrede) van het onheil scheidt
Gezien het aanbod van de Hebreeuwse tekst komt dat vertaalvoorstel over als een soort noodgreep. Er staan hier in het Hebreeuws geen aanwijzingen dat je ‘van het donker’ of ‘van het onheil’ zou kunnen lezen. Bovendien vat Van Wolde hier bara’ met object (scheiden van iets) weer anders op dan in Genesis 1:1 (twee dingen scheiden).
Jesaja 45:18
Dit zegt de HEER, die de hemel geschapen heeft (bara’) – hij is God! –, die de aarde gemaakt (‘asah) en gevormd (jatsar) heeft en die haar heeft gegrondvest (kun) – niet als chaos schiep hij (bara’) de aarde, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd (jatsar): Ik ben de HEER, er is geen ander.
Van Wolde stelt als vertaling voor (p. 18-19):
- die de hemel scheidde (van de aarde)
- niet als chaos scheidde hij de aarde (van de hemel)
Wat in de tekst ontbreekt, wordt door Van Wolde zelf aangevuld. Ze voegt aan de vertaling toe waarvan de hemel gescheiden wordt (van de aarde) en waarvan de aarde gescheiden wordt (van de hemel). Voor zulke aanvullingen biedt de Hebreeuwse tekst echter geen aanknopingspunten. Ook behandelt ze bara’ met direct object hier weer anders dan in Jesaja 45:7.
Numeri 16:30
… als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is (berî’ah jibra’), als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen.’
Het eerste zinsdeel luidt, heel letterlijk vertaald: ‘als de HEER een schepping schept (berî’ah jibra’)’. Je kunt dat op verschillende manieren opvatten. Bijvoorbeeld: als God iets nieuws of ongekends doet, iets dat nog nooit vertoond is (zo NBV). Of: Als de HEER een machtige daad verricht, of zelfs: Als de HEER een daad stelt. Je kunt ‘scheppen’ hier uitstekend begrijpen als ‘iets bijzonders doen’ en ‘schepping’ als ‘een machtige, goddelijke daad’. Op die manier is deze tekst goed te begrijpen. Zo vatten de vertalingen en de bijbelcommentaren het ook op. Van Wolde’s opmerking dat Numeri 16:30 met de ‘gewone’ vertaling van bara’ “een onbegrijpelijke tekst” wordt (p. 16), is eigenlijk een persoonlijke conclusie. Andere uitleggers kunnen er goed mee uit de voeten.
Genesis 1:20-22
20 God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ 21 En hij schiep (bara’) de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’
Als je Genesis 1:20-21 vergelijkt met 1:24-25 zie je een duidelijk patroon. Eerst zegt God wat er moet komen (vers 20, vers 24), vervolgens maakt God het (vers 21, vers 25) en constateert hij dat het goed is.
In vers 21 wordt bara’ gevolgd door drie objecten: ‘de grote zeemonsters’, ‘alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt’ en ‘alles wat vleugels heeft’. Dat zijn kortweg de grote zeedieren, de kleine zeedieren en de vogels. Van Wolde’s opvatting dat bara’ scheiding aangeeft tussen reeds aanwezige zaken, zou impliceren dat Genesis 1:21 vertelt dat zowel de zeemonsters als de kleine zeedieren als de vogels er allemaal al waren voor de schepping. Maar dat is duidelijk iets anders dan wat de tekst wil zeggen. Als je vers 21 vergelijkt met vers 25, zie je dat de werkwoorden bara’ en ‘asah synoniem worden gebruikt. En aangezien ‘asah ‘maken’ betekent, moet bara’ in Genesis 1 ook iets dergelijks betekenen.
Vers 22 begint met de woorden ‘God zegende ze’. Dit ‘ze’ slaat terug op alle drie de objecten in vers 21. Er is geen enkele aanwijzing in de tekst dat hierbij niet ook ‘de zeemonsters’ inbegrepen zouden zijn (zoals Van Wolde zegt, p. 11). Dat de zeemonsters er ook in Genesis 1 bij horen als schepsels van God, komt overeen met andere teksten, zoals Psalm 104:26.
Genesis 1:26-27
26 God zei: ‘Laten wij mensen maken (‘asah) die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep (bara’) de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij (bara’) hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij (bara’) de mensen.
Net als in Genesis 1:24-25 bestaat deze tekst uit het uitspreken van een voornemen (vers 26, laten wij mensen maken, ‘asah ), gevolgd door een beschrijving van de uitvoering (vers 2, God schiep, bara’, de mens). Dat laat zien dat de woorden ‘asah (maken) en bara’ (scheppen) synoniem zijn.
Om bara’ met ‘scheiden’ te kunnen vertalen, moet Van Wolde de tekst in de vertaling aanvullen om duidelijk te maken waarvan God de mens dan scheidde: ‘God scheidde de mens (van zichzelf)’ (p. 13).
De vraag is wat we ons bij die scheiding moeten voorstellen. Van Wolde vat het op als een ruimtelijke scheiding: God plaatst de mens op afstand. Maar de ‘scheiding’ die daar volgens haar meteen op volgt, de scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk, is van een andere aard, die is niet ruimtelijk maar biologisch. Zo’n uitleg wekt de indruk dat hier een bepaalde opvatting aan de tekst wordt opgelegd. Terwijl de gebruikelijke vertaling met ‘scheppen’ parallel aan ‘maken’ geen probleem zou opleveren.
Genesis 1:1
In het begin schiep (bara’) God de hemel en de aarde.
Hier komt het woord bara’ voor met twee objecten, ‘de hemel’ en ‘de aarde’. Stel je voor dat er geen woordenboeken waren en geen bijbelcommentaren, dat we geen idee zou hebben wat bara’ betekent en een pure gok zouden moeten wagen. Dán zou ‘scheiden’ in dit vers inderdaad tot de mogelijkheden behoren: ‘In het begin scheidde de hemel en de aarde’. Maar zo kunnen en hoeven we de bijbeltekst niet te benaderen. De betekenis van bara’ is algemeen bekend. Het is ‘scheppen’ in de zin van ‘iets (nieuws) maken’. Dat in Genesis 1:1 goed, en ook op alle andere plaatsen waar het werkwoord bara’ is gebruikt. Het voorkomen van bara’ in de oudtestamentische teksten geeft geen aanleiding om op zoek te gaan naar een alternatieve betekenis van het woord.




NBG-pagina op Facebook