Leidse vertaling
1 Toen God een aanvang maakte met de schepping van hemel en aarde 2 –de aarde was woest en vormeloos, duisternis heerschte op den oceaan, en Gods geest dekte het water– 3 sprak God: Er zij licht! en er was licht.
De Nieuwe Bijbelvertaling
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.
noot bij vers 1-3 Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [...] zei God: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.
New Revised Standard Version
1 In the beginning when God created the heavens and the earth, 2 the earth was a formless void and darkness covered the face of the deep, while a wind from God swept over the face of the waters. 3 Then God said, “Let there be light”; and there was light.
noot bij vers 1 when God began to create or In the beginning God created
Willibrordvertaling
1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren.
3 Toen zei God: ‘Er moet licht zijn!’ En er was licht.
Traduction Oecumenique de la Bible
1 Lorsque Dieu commença la création du ciel et de la terre, 2 la terre était déserte et vide, et la ténèbre à la surface de l'abîme; le souffle de Dieu planait à la surface des eaux, 3 et Dieu dit: «Que la lumière soit!» Et la lumière fut.




