Voorbeeld a
Een passage uit de tekst getiteld Enuma Anu Enlil. Deze tekst was een bekende verzameling van astronomische omina, uit het oude Mesopotamië. Daarin komt de volgende frase voor:
“Toen Anu, Enlil, en Ea hemel en aarde maakten …”
Anu, Enlil en Ea zijn goden uit het pantheon van Mesopotamië. Zij worden hier duidelijk voorgesteld als de makers van de hemel en de aarde, waarbij het woord banû ‘scheppen’, ‘bouwen’ wordt gebruikt. (bron: Horowitz, pp. 146-147)
Voorbeeld b
De Sumerische tekst getiteld Enki en Ninmach bevat een verwijzing naar de schepping van hemel en aarde:
“In die dagen, in de dagen dat hemel en aarde geschapen werden; in die nachten, in de nachten dat hemel en aarde geschapen werden” (bron: website http://etcsl.orinst.ox.ac.uk, zoek op: create)
Een andere Sumerische tekst waarin Ninazu wordt toegesproken bevat de zin:
“Heer Ninazu, moge Nanna over u juichen dat de aarde werd geschapen”. (bron: website http://etcsl.orinst.ox.ac.uk, zoek op: create)
Voorbeeld c
Een Perzische koningsinscriptie, van Darius I, begint als volgt:
“Ahuramazda is de grote god, die deze aarde geschapen heeft, die de verre hemel geschapen heeft, die de mens geschapen heeft, die de vreugde voor de mens geschapen heeft en die Darius koning heeft gemaakt ...” (bron: website http://www.livius.org/aa-ac/achaemenians/inscriptions.html)




