Rechte Bijbel

Recht in de Bijbel en in het leven

Recht – de Bijbel staat er vol mee. Anne-Mareike Schol-Wetter, bijbelwetenschapper bij het Nederlands Bijbelgenootschap, vertelt je in haar blog of Recht en de Bijbel.

Neem bijvoorbeeld:
• de wetten van Mozes, waarin God precies uitlegt hoe je als zijn volk leeft.
• de geschiedenisboeken, waarin vrouwen zoals Debora en Hanna zingen over een God die aan de kant van de zwakken strijdt en machtsverhoudingen radicaal omkeert.
• de psalmen, waarin God steeds weer als de helper van arme en onderdrukte mensen omschreven wordt.
• het bijbelboek Spreuken, dat zo ontwapenend eerlijk beschrijft hoe armoede ontstaat en in stand wordt gehouden.
• de aanklachten van de profeten, die zich hees schreeuwen over het onrecht dat ze om zich heen zien.
• de schitterende woorden van Jezus, die naar eigen zeggen gekomen is om aan arme mensen het goede nieuws te vertellen, om tegen gevangenen te zeggen dat ze vrij zijn, en om mensen die het moeilijk hebben te helpen (Lucas 4:18).
• de brief van Jakobus, die doodleuk schrijft dat je er als rijke christen trots op moet zijn dat je op aarde totaal onbelangrijk bent.
• … enzovoort.

Ze doen nogal een appèl op je, die teksten. Wie door de Bijbel bladert (en dan met name de Rechte Bijbel, waarin teksten over dit thema knaloranje gemarkeerd zijn), kan er niet omheen: geloven vraagt iets van je. Jakobus zet het heerlijk bot neer: ‘Als iemand gelooft, maar niet doet wat God van hem vraagt, is zijn geloof waardeloos’ (Jakobus 2:17).

Ik vind het allemaal inspirerend en ontmoedigend tegelijk.
Want waar begin je? Hoe doe je altijd en overal wat God van je vraagt? Hoe ver moet je gaan, letterlijk en figuurlijk, om recht te brengen in een wereld die aan alle kanten in de fik lijkt te staan? Soms kan ik met enige jaloezie kijken naar mensen die zich radicaal bekeerd hebben, en die van de ene op de andere dag hun leven omgooien. Die op een Grieks eiland vluchtelingen welkom heten, of die een dag minder gaan werken om in het buurthuis een voedselbank op te richten. Met mijn nieuwbouwhuis, mijn halfslachtige flexitariër-pogingen en mijn precies berekende goede-doelen-begroting voel ik me dan net zo lauw als de gemeente in Laodicea (Openbaring 3:15-16, NBV).
Dan vind ik het een hele geruststelling dat Mozes In Deuteronomium 6:4-9 namens God een heel ander proces beschrijft. Voordat de Israëlieten de grens van het beloofde land overgaan om daar na eeuwen van onderdrukking, uitbuiting en een schijnbaar eindeloze vlucht eindelijk rust te vinden, legt Mozes nog eens uit waar het echt om gaat. En hij begint niet met een opsomming van de regels, van wat je moet doen (en laten), maar met een uitgebreide uitleg over hoe je je Gods regels eigen maakt:

‘Vandaag zal ik jullie de regels van de Heer geven. Onthoud ze goed, vergeet ze niet! Zorg ervoor dat jullie kinderen ze goed leren. Blijf ze herhalen, thuis en onderweg, als je naar bed gaat en als je weer opstaat.’ (BGT).

Het gaat nog even door, over banden met regels rond je armen, op je voorhoofd en op de deurposten van je huis, maar de essentie zit in deze verzen: Vergeet de regels nooit. Leer ze aan je kinderen. Herhaal ze, in je eentje en samen met anderen. Kauw erop. Slik ze door. En je zult merken: net zoals je bent wat je eet, verandert dat kauwen op de wetten op den duur ook echt wie je van binnen bent.
Dat kan tot radicaal andere keuzes leiden, en soms moet dat ook. Maar minstens even belangrijk is dat je stukje bij beetje groeit in de wijsheid achter de regels. Dat je andere vragen leert stellen. Niet ‘Houd ik nog wel genoeg over?’, maar ‘Hoe kan ik delen van wat ik zelf heb ontvangen?’. Niet ‘Wie is mijn medemens?’, maar ‘Voor wie kan ik een medemens zijn?’. Dat je je in elke situatie, hoe groot of klein ook, laat bepalen door die verzen uit Deuteronomium 6 en Leviticus 19, die uitgerekend een wetsleraar zo treffend met elkaar verbindt (Lucas 10:27):

‘Houd van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemensen als van jezelf.’

Zelfs Jezus heeft daar niets aan toe te voegen, behalve dit: ‘Als je dat doet, zul je eeuwig leven’.