Nieuws

‘Ik probeerde net zo goed te zijn als Jezus’

Sinds de verschijning van haar boek 'De trooster' durft schrijfster Esther Gerritsen zich onbekommerd gelovig te noemen. De roman speelt in de lijdensweek en was bijna verkozen tot het beste Nederlandse theologische boek van 2018. Bij de voorbereiding ervan las ze voor het eerst zelf de bijbelverhalen.

‘Ik maakte drie jaar geleden de lijdensweek mee in het Dominicanenklooster in Huissen’, vertelt Esther, een fijngevoelige en zorgvuldig formulerende vrouw. Ze werd katholiek opgevoed, maar voelde later vooral verzet tegen het geloof. Toen haar broer op 33-jarige leeftijd overleed, bood het geloof ook geen troost: ‘Ik was opstandig, boos. Alles dat wilde troosten, duwde ik van me af. Ik kwam niet meer in de kerk. Maar toen, in het klooster, raakte ik geëmotioneerd op Witte Donderdag. De kaarsen werden gedoofd, de bloemen weggehaald en de kruisen met een wit doek bedekt. Uit de Bijbel hoorden we dat Jezus zijn leerlingen vertelt dat hij gaat sterven. Hij vraagt hun om bij hem te blijven – maar ze vallen in slaap. Tijdens dat ritueel dacht ik aan mijn overleden broer en voelde me schuldig over wat ik niet goed had gedaan tegenover hem. Ik raakte in tranen. Dat is dus de kracht van dit eeuwenoude verhaal: het maakt van alles in ons los. Het overstijgt ons en leert ons empathie.’

Schuld en schuldgevoel

De dag daarna, Goede Vrijdag, stierf Jezus. Voor de zonden van de hele wereld, zegt de Bijbel. Esther: ‘Dat verhaal confronteert ons met onze omgang met schuld en schuldgevoel. Juist daarop was ik indertijd afgeknapt. Ik probeerde net zo goed te zijn als Jezus. Maar dat bleek onmogelijk! We doen van alles fout, dat kan niet anders. En we schuiven bovendien graag anderen de schuld in de schoenen. Jezus deed daar niet aan mee. Hij zegt als het ware: “Kom maar, ík neem wel alle schuld op me”, zodat wij niet onder onze fouten gebukt hoeven te gaan. Weet je wat zo erg is? Veel mensen lijden aan wie ze zijn of denken te moeten zijn. Ze denken dat ze niks waard zijn of niets toevoegen. Daarom hebben we de troost van dit verhaal nodig.’

Troost

In De trooster probeert de hoofdfiguur iemand te troosten die over de schreef is gegaan, maar het mislukt omdat de schuld niet erkend wordt. Wanneer lukt troost wel? Esther denkt even na. ‘Als er iets naars gebeurt, troost de aanwezigheid van lieve mensen. Maar als ik me schuldig voel, heb ik troost van God nodig. Hij is een liefdevolle, vergevende God, die oordeelt, maar niet veroordeelt. Hij aanvaardt mij nog steeds. Het is een mogen bestaan.’
Wanneer grijpt Esther naar de Bijbel? ‘Eh… dat werkt niet zo bij me. Bijbellezen doe ik eigenlijk veel te weinig. Een kerkdienst met rituelen die ik fysiek ervaar, vind ik gemakkelijker dan lezen. Als ik lees, neemt m’n verstand het over. Misschien werkt het wel beter als we de Bijbel voorlezen. Of zingen.’

Interview: Peter Siebe
Foto: ANP / Remko de Waal