Alleen al op 8 en 9 januari 2026 zijn volgens lokale gezondheidsfunctionarissen in Iran meer dan 30.000 mensen gedood door de veiligheidsdiensten. Deze aantallen werden bevestigd in internationale berichtgeving, onder meer in Time Magazine. De wreedheid van het regime is niet nieuw, maar de schaal waarop het nu gebeurt is ongekend.
Onder de meer dan 30.000 dodelijke slachtoffers bevinden zich veel kinderen en vrouwen. We hoorden talloze berichten dat gewonden die zich lieten behandelen in het ziekenhuis daar alsnog werden neergeschoten.
Verschillende dingen vallen op in deze golf van protest:
1. Het Iraanse volk verlangt naar vrijheid
Steeds meer Iraniërs hebben genoeg van de fundamentalistische ideologie die achter het huidige bloedbad schuilgaat. In hun leuzen wijzen zij openlijk de islamitische dictatuur en het leiderschap van de sjiitische geestelijkheid in Iran af.
Het is opmerkelijk dat een groot deel van de Iraniërs buitenlandse inmenging (zoals van de VS, Israël en Europese landen) verwelkomt. Het Iraanse volk is wanhopig en vraagt andere landen om te helpen.
2. De christelijke minderheid strijdt mee
Christenen in Iran — een kwetsbare, vaak ondergrondse gemeenschap — zijn zichtbaar aanwezig in de protesten. Onder de dodelijke slachtoffers zijn ook Iraanse christenen geïdentificeerd.
We ontvingen meerdere berichten van broeders en zusters die ondanks deze risico’s openlijk de straat op gaan, en die hun stem laten horen in de roep om de vrijheid van Iran.
Zoals een Armeens Iraanse christen schreef:
“Het is voor geen plicht om de straat op te gaan, maar juist een vreugde om op te komen voor recht en vrijheid.”
3. Contact wordt steeds moeilijker
Het regime heeft het internet grotendeels afgesloten. Communicatie vanuit Iran is nauwelijks mogelijk. Een van onze Bijbelverspreiders moest honderden kilometers reizen om aan de grens van een buurland een telefoonsignaal te vinden.
Ook een van onze contacten in Teheran — voor de veiligheid noem ik haar zuster Z — wist recent contact te leggen. Met trillende stem vertelde ze:
“In deze moeilijke tijd deelde ik een Bijbelse boodschap van hoop met een jonge vrouw. Midden op straat beleed ze haar geloof in de Heer Jezus.”
Zuster Z huilde tijdens ons hele telefoongesprek.
“Mijn ene oog huilt om het verdriet en de angst van mijn volk,” zei ze, “maar het andere huilt van vreugde en hoop op verandering.”
Nahid Sepehri, directeur van IBSD, sluit zich hierbij aan:
“Mijn gebed is om de vrijheid van mijn land nog mee te maken. Dan ben ik één van de eersten die teruggaat om Iran te helpen opbouwen. Met Gods genade zullen we binnenkort het Bijbelgenootschap in Teheran weer kunnen openen!”
Wat het Bijbelgenootschap betekent voor Iran
Nahids woorden laten zien waar het in ons werk als Bijbelgenootschap, om gaat: mensen bereiken met het Woord dat leven geeft — juist wanneer de omstandigheden het moeilijkst zijn.
Het Iraanse Bijbelgenootschap heeft door de jaren heen een belangrijke rol gespeeld in het beschikbaar maken van de Bijbel in het Perzisch (Farsi) en andere talen die in Iran gesproken worden.
Sinds decennia is open Bijbelverspreiding in Iran verboden. Daarom werkt de wereldwijde gemeenschap van Bijbelgenootschappen – waaronder het NBG – al jaren nauw samen met de Iraanse diaspora.
Dit gebeurt onder meer via:
- Digitale Bijbelprojecten die veilig zijn voor Iraniërs in gesloten landen.
- Training en materiaal voor migrantenkerken die Iraniërs opvangen.
- Steun aan het Iraanse Bijbelgenootschap, dat als diaspora Bijbelgenootschap actief is met het vertalen en verspreiden van (kinder)Bijbels en pastorale ondersteuning onder Iraniërs binnen en buiten Iran.
Wat kun jij doen?
- Bid voor Iran, voor goede regering, en voor veiligheid, vrijheid en moed.
- Bid voor de christenen in Iran. Volgens de World Watch List 2026 van Open Doors staat Iran op nummer 10 van de landen waar christenvervolging het hevigst is. Op dit moment nemen zij onvoorstelbare risico’s.
- Steun de wereldwijde verspreiding van de Bijbel — zodat het Woord juist dáár blijft klinken waar het leven op het spel staat.
Het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
— Johannes 1:5