De Bijbel verandert mensen
Wij geven mensen in binnen- en buitenland toegang tot de Bijbel. Help jij mee?
Samen brengen we de Bijbel dichtbij
De Bijbel verandert mensen
Het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) brengt al meer dan 210 jaar de Bijbel dichtbij. We willen dat mensen in binnen- en buitenland toegang krijgen tot de Bijbel. Want de Bijbel verandert mensen.
De Bijbel wereldwijd in 2024
0
Bijbels en Bijbelgedeelten gratis verspreid in Nederland & Vlaanderen
0
Bijbels en Bijbelgedeelten verspreid in het buitenland
0
Family Bibles verspreid in 18 landen
Bijbeltekst van de dag
Bijbeltekst van de dag
Richteren 2:1-12
1Een engel van de Heer ging van de stad Gilgal naar de plaats Bochim. Daar zei hij namens de Heer tegen de Israëlieten: ‘Ik heb jullie uit Egypte gehaald. En ik heb jullie naar dit land gebracht, zoals ik aan jullie voorouders beloofd had. Ik heb toen gezegd: ‘Ik zal mij altijd houden aan mijn belofte. 2Maar jullie mogen geen vrede sluiten met de mensen die in dit land wonen. En jullie moeten hun altaren afbreken.’ Maar waarom hebben jullie niet naar mij geluisterd? 3Ik heb toen ook gezegd: ‘Ik zal de bewoners van dit land niet voor jullie wegjagen. En zij zullen jullie verleiden om hun goden te gaan vereren. En dan zal het helemaal verkeerd met jullie aflopen.’’ 4Toen de engel van de Heer uitgesproken was, begonnen alle Israëlieten hard te huilen. 5Ze noemden die plaats Bochim en brachten er offers aan de Heer. Vroeger was het volk trouw6-9Toen Jozua, de zoon van Nun, nog leefde, waren de Israëlieten trouw aan de Heer. De stammen van Israël gingen naar de gebieden die voor hen bestemd waren, en ze namen die gebieden in bezit. Toen Jozua, de dienaar van de Heer, 110 jaar oud was, stierf hij. Hij werd begraven in Timnat-Serach, in het gebied dat aan hem gegeven was. Dat lag in het bergland van Efraïm, ten noorden van de berg Gaäs. Na de dood van Jozua werd het volk geleid door mannen die Jozua nog gekend hadden. Zij hadden alle geweldige dingen meegemaakt die de Heer voor Israël gedaan had. Ook toen zij de leiding hadden, bleven de Israëlieten trouw aan de Heer. Later werd het volk ontrouw10Maar toen de oude leiders allemaal gestorven waren, kregen andere mensen de leiding over het volk. Zij kenden de Heer niet. Ze wisten niet wat hij allemaal voor Israël gedaan had. 11De Israëlieten gingen toen dingen doen die de Heer slecht vond. Ze begonnen de afgod Baäl te vereren. 12Ze lieten de Heer in de steek, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte bevrijd had. Ze gingen de goden vereren van de andere volken in het land. Daarmee beledigden ze de Heer. De Heer straft de Israëlieten



