‘Dat MAW hier juist nu aandacht aan geeft is geen toeval’, zegt hoofdredacteur Matthijs de Jong. ‘Oude discussies rond eeuwig leven en eeuwige straf zijn weer opgelaaid door de boeken van onder meer Reinier Sonneveld en Arnold Huijgen. We vonden het daarom belangrijk om een grondige studie te bieden naar de betekenis van de Hebreeuwse en Griekse woorden voor eeuwig of eeuwigheid. Daar is het gesprek bij gebaat.’
Betekenisverschuiving
Robin ten Hoopen laat in zijn artikel zien wat de Hebreeuwse term ʿolām in het Oude Testament betekent: ‘Het gaat hier om een kwantitatieve notie van lineaire tijd tot in het verst denkbare moment binnen de kaders van de schepping.’ Op slechts enkele andere plekken, waaronder Daniël 12:2-3, duidt dit woord iets aan wat in principe altijddurend is. Ten Hoopen: ‘Er is geen bewijs dat ʿôlām een notie van tijdloosheid of buiten-tijdelijkheid aanduidt. Wie ʿôlām dus vertaalt met eeuwig en daarbij denkt aan een notie van tijdloosheid of een filosofische notie van eeuwigheid, vult daarmee het Hebreeuws op een oneigenlijke manier in.’ Al met al vraagt het interpreteren van teksten uit het OT met deze term om onderscheidingsvermogen van de exegeet.
Ruben van Wingerden onderzocht in zijn artikel de term aiōnios in het Nieuwe Testament. Hij betoogt dat de betekenis van dit woord in de tijd van de tweede tempel (516 v.Chr. tot 70 n.Chr.) verschoof naar blijvend, permanent, oneindig-in-tijdsduur. Die nuance klinkt door in de teksten uit het Nieuwe Testament die spreken over eeuwig leven en eeuwige straf. Daarom pleit Ruben voor het behoud van de gangbare vertaling met ‘eeuwig’. Want dat ‘past goed bij het gebruik van het Griekse aiōnios, dat in veel Bijbelteksten niet alleen duidt op een lange duur, maar op een goddelijke, onvergankelijke werkelijkheid.’
Sonneveld en Huijgen
Reinier Sonneveld stelde in zijn boek Het einde van de hel dat aiōnios niet ‘altijddurend’ betekent, maar ‘behorend bij de komende eeuw’. In dit nummer van MAW kruist hij hierover de degens met Arnold Huijgen. Tegen de achtergrond van de artikelen van Ten Hoopen en Van Wingerden laten hun bijdragen zien dat de Bijbelse teksten over ‘eeuwigheid’ zich niet sluitend laten systematiseren.
Verder bevat MAW een reflectie van de twee jonge theologen der Nederlanden, Rozamaryn van Orsel en Nathan Troost-van Diggelen, over ‘eeuwigheid’. En een bijdrage van Adriana de Ridder over het belang van het werk van de onbekende Bijbelvertaler Johan de Brune voor de Statenvertaling.
Een PDF van dit nummer van Met Andere Woorden is hier in te zien. MAW belicht actuele Bijbelse thema’s vanuit vertaalkundig en exegetisch perspectief en is bedoeld voor predikanten, voorgangers en andere professionele Bijbelgebruikers. Het is een uitgave van het NBG.