Hoofdinhoud

Hoe worden Bijbelvertalingen in het buitenland gemaakt?

Er zijn zo’n 7400 talen op de wereld. En ieder jaar worden er voor het eerst in een paar van die talen een Bijbel of een gedeelte daarvan vertaald. Maar hoe worden vertaalprojecten uitgekozen? En hoe worden die vertalingen dan gemaakt? Onze directeur Rieuwerd Buitenwerf legt het uit.

Mensen moeten de taal actief spreken en gebruiken

Als er gevraagd wordt om een vertaling in een nieuwe taal, onderzoeken we eerst met het lokale Bijbelgenootschap hoe nodig een vertaling is. We zoeken uit hoeveel mensen deze taal spreken, én – belangrijker – wordt een taal actief gebruikt, juist ook als de groep sprekers niet zo groot is? Want het is heel belangrijk dat lokale kerken een vertaling willen: We maken alleen een vertaling als kerken of geloofsgemeenschappen zeggen dat ze de vertaling gaan gebruiken.  

Vertalers werken samen met de lokale bevolking

Als dat onderzoek is afgerond, begint een proefproject. Daarvoor worden medewerkers gezocht. Dat zijn meestal inwoners die de taal goed kennen, maar ook een expert met veel kennis van het Grieks en Hebreeuws, de grondteksten van de Bijbel. We vertalen bij zo’n proefproject eerst een stukje uit een evangelie en soms ook iets uit het Oude Testament. Als die proefstukjes er zijn, lezen de vertalers ze voor aan een groep lokale mensen. Die kunnen dan aangeven als ze iets horen wat ze raar vinden of wat niet klopt. Dat is altijd interessant! Oplossingen die in een ‘studeerkamer’ gemaakt zijn sluiten soms niet aan bij de praktijk. Dan zeggen die mensen bijvoorbeeld: ”Zo praten we niet!” Als de proef klaar is, kijken de vertalers nog een keer of er draagvlak is bij de lokale kerken voor een complete vertaling. Daarna valt het besluit om echt te starten met het project. 

In dit stadium kijkt het lokale Bijbelgenootschap of er genoeg fondsen zijn voor het project, of dat er extra financiering nodig is van buitenlandse Bijbelgenootschappen, zoals het NBG. 

Een nieuwe Bijbelvertaling begint bij een evangelie

Het principe bij de wereldwijde United Bible Societies, waar het NBG onderdeel van is, is dat we de hele Bijbel vertalen. Meestal beginnen we met een evangelie. Vaak is dat Marcus, omdat de andere evangeliën daar veel materiaal uit gebruiken. Als je dan met Marcus begonnen bent, kost het vertalen van bijvoorbeeld Lucas minder tijd en moeite. Het wisselt welke boeken daarna volgen. Dat kan iets uit het Oude Testament zijn, maar ook een boek als Handelingen.  

Een nieuwe vertaling kost veel tijd

De vertaling van het Nieuwe Testament kost vaak zo’n drie tot vier jaar, van het Oude Testament wel zeven tot acht jaar. Dat is een lange tijd, dus soms gebeuren er dan dingen die voor problemen zorgen. Er zijn landen met grote veiligheidsrisico’s. Zo zijn er vertalers in Kameroen doodgeschoten bij een overval op hun dorp. In Guyana was er een grote overstroming, waardoor alle apparatuur kapotging. Ook als je nieuwe apparatuur stuurt, kunnen de vertalers niet meteen verder. Ze moeten eerst hun leven weer opbouwen.  

Maar niet alleen externe factoren kunnen zorgen voor vertraging, want sommige Bijbelboeken zijn lastiger te vertalen dan andere. Denk bijvoorbeeld aan een wijsheidsboek als Spreuken. Als een taal een kleine literaire traditie heeft, moet je meer zoeken naar woorden en uitdrukkingen. Dan kost vertalen meer tijd. Daarnaast zijn er culturele factoren: Wij vinden het naar als mensen een slang geven aan een kind, zoals in Matteüs 7 staat. Maar in een land als China eten mensen slangen en daar is dat dus niet negatief. Het is belangrijk dat je rekening houdt met de belevingswereld van de lokale bevolking. 

Vaak verlopen vertaalprojecten heel goed! Mensen die meewerken aan een Bijbelvertaling, willen Gods Woord vertalen, zodat het spreekt tot het hart van mensen. Die intrinsieke motivatie zie je overal, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. Een vertaalproject duurt meestal zo’n tien tot vijftien jaar, maar mensen doen het met hart en ziel. 

Tussentijds worden gedeeltes gepubliceerd

Vaak worden gedeelten van de vertaling tussendoor gepubliceerd, zodat de doelgroep al aan het gebruik van hun nieuwe Bijbel kan wennen. Vertalers kunnen kritiek dan nog verwerken. Aan het einde van het project nemen experts en moedertaalsprekers de vertaling nogmaals door, om te kijken of alles goed loopt en er geen fouten zijn gemaakt. Tot slot volgen de publicatie en de presentatie aan de mensen voor wie de vertaling is gemaakt. En zo worden Bijbelvertalingen gemaakt: een zorgvuldig en lang proces, met liefde voor de Bijbel. 

Dr. Rieuwerd Buitenwerf is directeur van het NBG. Hij was zelf betrokken bij de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 en de Bijbel in Gewone Taal (2014) in Nederland, en werkte mee in verschillende internationale vertaalcommissies. 

Blogs

Was dit interessant of nuttig? Deel dit bericht met je netwerk!