‘Altijd ontdekte ik in de Bijbel dingen die anders waren dan ik eerst dacht’
Door Peter Siebe
‘Mijn eerste taak was het verwerken van de laatste golf van brieven en emails over de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) die in 2004 uitgekomen was’, vertelt Matthijs. ‘Ik werd vanaf dag één ingeschakeld om vertaalkeuzes uit te leggen. Dat deed ik ook op vertaalavonden die door kerken in het hele land werden georganiseerd. Zo werd ik meteen ondergedompeld in de NBV. Dat bleek later een enorm voordeel, toen we aan de revisie van de NBV begonnen. Ondertussen werd het vertaalproject van de Bijbel in Gewone Taal (BGT) in de steigers gezet. Bij de BGT, die in 2014 verscheen, coördineerde ik de vertaling van het Nieuwe Testament.’
Over de BGT gesproken: daar werd echt naar uitgekeken, vertelde je me eerder al eens.
‘Dat klopt. Toen ik in 2013 een masterclass gaf over de BGT aan predikanten, zag ik dat iemand mijn papieren van tafel pakte terwijl ik stond na te praten. Even later bracht hij de papieren terug. Ik vroeg wat hij ermee gedaan had. “Een kopietje gemaakt”, zei hij. “Ik heb morgen een trouwdienst en jullie vertaling van de trouwtekst – Efeziërs 3:14-19 – past perfect bij het bruidspaar.” Ik dacht: dit is precies waar we het voor doen!’
Wat was het mooiste wat je hebt mogen doen in die 20 jaar bij het NBG?

‘Dat is een onmogelijke vraag. Ik maakte zó veel mooie dingen mee, ik heb deze jaren als een bijzondere en gezegende tijd ervaren. Met elkaar en met hulp van Boven zijn prachtige dingen tot stand gekomen. Toen de BGT klaar was, bouwde een team van marketing en communicatie daar een campagne omheen. Ik leverde de vertaalkundige input, maar al snel leek het hun beter dat ik zou meedraaien in het campagneteam. Ik bereikte wat voor een Bijbelvertaler waarschijnlijk het hoogst haalbare is: een bureaustoel in de kamer van het campagneteam, haha! Het leidde ertoe dat ik bij de presentatie van de BGT de vertalerstoespraak hield en journalisten te woord stond.
Zeven jaar later, toen de revisie klaar was, de NBV21, mocht ik nogmaals die rol spelen. Ik kijk daar met enorm veel plezier en dankbaarheid op terug. Ik vind het schitterend om over ons werk en over de Bijbel te spreken in een cultuurprogramma als Kunststof of met bijvoorbeeld de Volkskrant en dan oprechte interresse waar te nemen. Jammer eigenlijk, dat dit alleen gebeurt bij zulke hoogtepunten. Het verhaal dat we te vertellen hebben heeft volgens mij betekenis voor een veel breder publiek dan we soms denken. We zouden over onderwerpen die in de samenleving spelen buiten de waan van de dag, best eens Bijbelse reflectie kunnen bieden. De Bijbel raakt immers aan de wortels van onze cultuur. Ik denk aan onderwerpen als vergeving, eenzaamheid of prestatiedruk.’
Zie je verschil tussen het NBG van toen en van nu?
‘Veel is hetzelfde gebleven: de warme sfeer, de tomeloze inzet voor de missie, en de standaard veel te optimistische inschatting van de tijd die nodig is om een project tot een goed einde te brengen. Natuurlijk zijn er ook verschillen. Het NBG is interconfessioneel, er werken mensen van allerlei richtingen. Twintig jaar geleden gaf dat voor mijn gevoel veel vaker gedoe – de een die de ander te vrijzinnig vond en de ander de een dan weer te conservatief. Ik heb de indruk dat het NBG een eigen tone of voice heeft gevonden waarmee de mensen uit alle bloedgroepen die bij ons werken én alle doelgroepen waarop we ons richten, content zijn. Ik ben blij dat ik deel van die ontwikkeling heb mogen zijn. Persoonlijk heb ik er ook veel van geleerd. Toen ik als jonge doctor van de universiteit kwam wist ik alles precies. Twintig jaar later is dat wel een beetje anders. Ik keer verrijkt terug naar de universiteit.’
Wat heb je geleerd in 20 jaar NBG?

‘Ik werk nu tien jaar als leider van het vertaalteam. Dat is bijzonder leerzaam. Het is een fantastisch team – gemotiveerd, deskundig, gedreven, gericht op samenwerking. Niettemin waren er wel eens issues of problemen. Wat ik daaruit leerde was – gek misschien – dat de oplossing niet ver weg ligt, maar altijd voor de hand ligt. Alleen moet je de eerlijkheid hebben om het te willen zien.’
Wat betekent de Bijbel voor jou?
‘Ik zie de Bijbel als Gods Woord en menselijk getuigenis ineen. Het mooie is dat je die twee kanten volgens mij niet kunt scheiden. Het gaat je niet lukken om de goddelijke boodschap exact vast te pinnen en die te onderscheiden van de culturele bewoordingen waarin die tot ons komt. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, dat is wat de Bijbel tot Bijbel maakt. Aan de Bijbel hoeven we niet te twijfelen. Maar er is wel vaak reden om aan onszelf te twijfelen. Begrijpen we wat er staat, leiden we er het juiste uit af? Ik zou hier veel over kunnen en willen zeggen, maar ik beperk me tot één punt: wie open en eerlijk kijkt, ziet dat Bijbelvertalingen van elkaar verschillen, in kleine en grote dingen.
Gods Woord is de constante, maar het menselijk getuigenis brengt altijd een bepaalde eigenheid mee. Wat je leest zijn de woorden van een concrete gemeenschap of groep in de geschiedenis. Ik vind dat een schitterende, spiritueel verrijkende gedachte: er ligt geen rechtstreekse, ondubbelzinnige, kant-en-klare versie van Gods Woord op tafel waarmee we één op één aan de slag kunnen. We hebben menselijke uitdrukkingsvormen met elk hun onzekerheid, ambiguïteit en weerbarstigheid. Het vertalen ervan geeft hoofdbrekens en eindeloze discussies. Tegelijkertijd is de zoektocht om het mysterie zo dicht mogelijk te naderen van een schitterende schoonheid.’
Hoe ga je in je persoonlijk leven om met de Bijbel?
‘Voor mij zijn kerk en Bijbel sterk met elkaar verbonden. Ik laat me graag meevoeren als de Bijbel wordt voorgelezen in de liturgie – liefst door een goede voorlezer! Het zijn immers stuk voor stuk teksten die voor een gemeenschap geschreven zijn. Ook geef ik al vele jaren een leerhuis in de kerk, een soort Bijbelstudiegroep. We proberen daar steeds om vanuit de tekst en zijn achtergrond een weg te vinden naar vandaag. Ik doe de voorstudie, maar die weg zoeken we samen. Zulke avonden rond de Bijbel met een groep betrokken mensen ervaar ik als heel waardevol.
Door de jaren heen heb ik geregeld namens het NBG zulke avonden meegemaakt op allerlei plekken in het land – soms over Bijbelvertalen, soms over een Bijbelinhoudelijk onderwerp. In het begin kwam ik als expert en gaf ik uitleg en toelichting. Maar meer en meer kwam ook mijn persoonlijke betrokkenheid daarin mee. De presentaties over Hemels Groen die ik de afgelopen jaren mocht geven zal ik altijd onthouden. Je kunt honderd keer de deskundige zijn, maar een gesprek van hart tot hart met mensen over Bijbelse teksten rond een thema dat ieder raakt en verbonden is met ons mens-zijn en christen-zijn, raakt heel diep. Dat voelt niet als werk, al kom je evengoed moe thuis natuurlijk.’

Hoe raakte jouw werk verweven met je persoonlijke leven?
‘Als vertaler had ik het voorrecht om diep in Bijbelse teksten te mogen duiken. Altijd ontdekte ik dingen aan die anders waren dan ik eerst dacht. De Bijbelse traditie is rijk en gelaagd – je kunt er steeds dieper in doordringen, zonder dat je ooit een alomvattend perspectief bereikt. Het is lastig om als Bijbelvertaler werk en privé te scheiden – mij lukte dat in elk geval voor geen meter. Ik zal nooit vergeten met welke teksten ik bezig was toen mijn kinderen geboren werden. Zowel de BGT als de NBV21 zijn verweven geraakt met mijn leven. In de tijd dat we aan de BGT werkten, overleed een nichtje van me, nog geen jaar oud. Dat was een enorme klap. Met de familie ging ik erheen. In een opwelling nam ik de BGT-vertaling van Marcus 10 mee – over Jezus die de kinderen zegent. En wat bleek … (geëmotioneerd:) mijn zus had precies die tekst in gedachten voor de uitvaart. Ze wilde juist deze vertaling, die nog niet was verschenen. Juist op zo’n moment zijn gewone woorden zó passend en krachtig. Ik denk dat ze door hun eenvoud en directheid rechtdoen aan onze meest rauwe emoties.’
Heb je een favoriet Bijbelgedeelte?
‘Door het vertaalwerk ben ik met zo veel verschillende teksten vertrouwd geraakt, dat het moeilijk is om er eentje te kiezen. Ik vind de ‘dwaze rede’ van Paulus fantastisch, in 2 Korintiërs. Een tekst die laat zien dat je woorden moet proeven en dat lang niet alles is wat het lijkt. Die tekst staat natuurlijk in een context: Paulus en een deel van de Korintiërs stonden recht tegenover elkaar. Lees 1 Korintiërs maar eens door in de BGT, dan krijg je dat allemaal mee. Dikke kans ook dat je af en toe in ze lach schiet, zo scherp en zo ironisch gaat Paulus hier de discussie aan. En dan schrijft hij zijn tweede brief, vol emotie. Eerst gooit Paulus z’n verdriet er vol in. En dan is er aan het eind die ‘dwaze rede’ waarin hij vol ironie zijn tegenstanders toespreekt. E
n toch lees ik tussen de regels door ook dat Paulus iets leerde van zijn tegenstanders. Weliswaar houdt hij vol dat niemand reden heeft zichzelf op de borst te kloppen, maar toch accepteert hij stilletjes wat voor zijn tegenstanders in Korinte belangrijk was: dat de glorie van Christus nu al afstraalt op zijn volgelingen. Er is altijd ruimte om iets te leren van de mensen met wie je het oneens bent. Dat vind ik hoopvol.’
Matthijs hield op 13 oktober 2021 de vertalerstoespraak tijdens de presentatie van de NBV21 in de Grote Kerk in Den Haag.