12Een kwaadaardig mens, een onbetrouwbaar iemand,
strooit voortdurend leugens rond.
13Hij knijpt heimelijk zijn oog dicht,
geeft een tikje met zijn voet, een verborgen vingerwijzing.
14Zo iemand zit vol leugen en bedrog, is altijd uit op kwade zaken,
zaait voortdurend tweedracht.
15Daarom gaat hij plotseling ten onder,
daarom komt hij ten val, in een oogwenk,
en hij komt het niet te boven.
 
16Zes dingen haat de HEER,
zeven dingen zijn hem een gruwel:
17ogen die hooghartig kijken en een tong die liegt,
handen die onschuldig bloed vergieten
18en een hart dat op het kwade zint,
voeten die zich naar de misdaad reppen
19en getuigen die bedriegen, altijd liegen,
en zij die stoken tussen broers.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Elke dag de bijbeltekst ontvangen? Volg ons op Twitter of Facebook