De Bijbel verandert mensen
Wij geven mensen in binnen- en buitenland toegang tot de Bijbel. Help jij mee?
Samen brengen we de Bijbel dichtbij
De Bijbel verandert mensen
Het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG) brengt al meer dan 210 jaar de Bijbel dichtbij. We willen dat mensen in binnen- en buitenland toegang krijgen tot de Bijbel. Want de Bijbel verandert mensen.
De Bijbel wereldwijd in 2024
0
Bijbels en Bijbelgedeelten gratis verspreid in Nederland & Vlaanderen
0
Bijbels en Bijbelgedeelten verspreid in het buitenland
0
Family Bibles verspreid in 18 landen
Bijbeltekst van de dag
Bijbeltekst van de dag
Mattheus 27:27-56
27De soldaten brachten Jezus naar het paleis van Pilatus. Ze riepen iedereen erbij. 28Toen trokken ze Jezus zijn kleren uit en deden hem een rode mantel aan. 29Ze maakten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. En ze gaven hem een stok in zijn rechterhand. Ze knielden voor hem en zeiden spottend: ‘Wij groeten u, koning van de Joden!’ 30Ze spuugden hem in zijn gezicht. En ze pakten de stok en sloegen ermee op zijn hoofd. 31Zo bespotten de soldaten Jezus. Daarna trokken ze hem de mantel weer uit, en ze trokken hem zijn eigen kleren weer aan. Jezus wordt aan het kruis gehangenToen brachten de soldaten Jezus weg om hem aan het kruis te hangen. 32Toen ze de stad uit gingen, kwamen ze een man tegen. Hij heette Simon en kwam uit Cyrene. De soldaten dwongen hem om het kruis te dragen. 33Ze kwamen bij de plaats die Golgota heet. Die naam betekent: schedelplaats. 34Daar gaven ze Jezus wijn met een bittere smaak. Toen hij het proefde, wilde hij het niet opdrinken. 35Toen hingen de soldaten Jezus aan het kruis. Daarna verdeelden ze zijn kleren door erom te loten. 36Ze bleven bij het kruis om Jezus te bewaken. 37Boven Jezus’ hoofd hingen ze een bordje. Daar stond op waarom Jezus gedood werd: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden.’ 38Daarna werden er ook twee andere mannen aan een kruis gehangen, twee misdadigers. Het kruis van Jezus stond tussen de twee andere kruisen in. De mensen bespotten Jezus39De mensen die voorbijkwamen, lachten Jezus uit. Ze schudden spottend hun hoofd 40en riepen: ‘Daar hangt de man die de tempel wilde afbreken. En die binnen drie dagen een nieuwe wilde bouwen. Red jezelf! Als je de Zoon van God bent, kom dan van dat kruis af!’ 41De priesters, de wetsleraren en de leiders van het volk bespotten Jezus op dezelfde manier. Ze zeiden: 42‘Andere mensen heeft hij gered. Maar zichzelf redden, dat kan hij niet. Hij is toch de koning van Israël? Dan moet hij maar eens van dat kruis af komen! Dan zullen we in hem geloven. 43Hij vertrouwde toch op God? Hij zei zelfs dat hij Gods Zoon was! Als God echt van hem houdt, moet hij hem maar redden!’ 44Ook de twee misdadigers die naast Jezus aan een kruis hingen, begonnen hem uit te schelden. Jezus roept om God en sterft45Om twaalf uur ’s middags werd het opeens donker in het hele land. Drie uur lang bleef het donker. 46Toen, om drie uur ’s middags, riep Jezus luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij alleen gelaten?’ 47De mensen die daar stonden, hoorden het. Sommigen zeiden: ‘Hij roept Elia!’ 48Meteen pakte iemand een spons. Hij liet die vollopen met zure wijn. Toen deed hij de spons op een stok, en zo gaf hij Jezus te drinken. 49De anderen zeiden: ‘Nu zullen we eens zien of Elia hem komt redden.’ 50Maar Jezus riep opnieuw. Toen stierf hij. Er gebeuren bijzondere dingen51Op hetzelfde moment gebeurde er iets in de tempel. Het gordijn voor de heilige zaal scheurde doormidden, van boven naar beneden. De grond begon te schudden, de rotsen scheurden doormidden. 52De graven van de doden gingen open. En veel heilige mensen die gestorven waren, stonden op uit de dood. 53Na de opstanding van Jezus gingen ze naar de heilige stad Jeruzalem. Daar werden ze door veel mensen gezien. 54De Romeinse officier en de soldaten die Jezus bewaakten, voelden de grond schudden. Ze merkten wat er allemaal gebeurde. Ze werden erg bang en zeiden: ‘Geen twijfel mogelijk! Hij was de Zoon van God!’ 55Een eind verderop stond een grote groep vrouwen te kijken. Ze waren met Jezus meegekomen uit Galilea. Ze hadden steeds voor hem gezorgd. 56Bij die groep hoorden Maria uit Magdala en Maria, de moeder van Jakobus en Josef, en verder de moeder van Jakobus en Johannes. Jezus wordt begraven



