Hoofdinhoud

Een ‘gewone’ dag in Kyiv… 

Door Lotta Ring, Zweeds Bijbelgenootschap

Ik ben mijn collega Yurii Petrenko in Oekraïne als een vriend gaan beschouwen, ook al hebben we elkaar nog nooit persoonlijk ontmoet. Ons bijna wekelijks contact tijdens de oorlog begon als een manier om updates te ontvangen over het werk en de uitdagingen van het Bijbelgenootschap in Oekraïne. Maar met de tijd groeide het uit tot iets diepers. Wederzijds delen we onze gedachten, gebeden en verhalen uit het dagelijks leven.

Eigenlijk hoeft dat me niet te verbazen. Binnen de samenwerking met Bijbelgenootschappen wereldwijd worden collega’s vaak echte ‘broeders en zusters’. Yurii, Communicatie- en Projectmanager bij het Bijbelgenootschap in Oekraïne, heeft ook een heel aansprekende manier van vertellen.

Daarom laat ik Yurii graag voor zichzelf spreken. Dit is zijn dankwoord aan iedereen die het Bijbelwerk in Oekraïne heeft gesteund – met gebed en giften. Yurii beschrijft één dag uit zijn leven in Kyiv – een dag die voor ons uitzonderlijk lijkt, maar die voor hem helaas al te vertrouwd is.

‘Kunt u helpen?’

Door Yurii Petrenko, Bijbelgenootschap in Oekraïne

Een gewone dag in augustus – overdag is de temperatuur nog vrij hoog, maar tegen de avond wordt het al koeler. Ik heb de hele dag op kantoor doorgebracht en telefoontjes beantwoord van mensen die om literatuur vroegen…

‘Goedemorgen, broeder Yurii! We hebben elkaar nog niet eerder gesproken, maar een voorganger van een pinksterkerk in Obukhiv (regio Kyiv) gaf me uw nummer. Zij hebben van u kinderbijbels ontvangen voor hun zomerkamp. Mijn naam is Oleh, en ik ben pastor in Kaharlyk (in de regio Kyiv). Wij hebben kinderbijbels nodig voor kinderen die in een internaat wonen, en die we in september gaan bezoeken. Kunt u ons helpen? We hebben maar 25 Bijbels nodig. Als we Bijbels overhouden, geven we die aan gezinnen die door de oorlog zijn getroffen. Kunt u ons alstublieft helpen?’

‘Meneer Yurii, u spreekt met sergeant-majoor (…) van een brigade aan het Zaporizzhia-front. Onze aalmoezenier, Oleksandr, gaf me uw nummer. Hij zei dat hij al lange tijd met u samenwerkt. Mag ik ook ‘vrienden’ met u worden? Eind augustus studeert een nieuwe groep sergeanten af. Toen de aalmoezenier hen bezocht, zagen de jongens een heel mooie Bijbel in zijn handen, en ze vroegen of zij er ook eentje konden krijgen. Zou dat lukken? U zegt hopelijk geen nee! We hebben hiervoor 30 Bijbels nodig.’

‘Goedemiddag, Yurii. Herinner je je mij nog? Ik ben Serhii, en ik zorg nog altijd voor de gewonde soldaten in Sumy.’ (Serhii is een militair verpleger en ook voorganger in de Adventskerk, die gewonde soldaten bezoekt in een militair ziekenhuis). ‘De materialen die je me eerder gaf, zijn al op. Zou je me kunnen helpen mijn voorraad aan te vullen? Met zo’n 150 tot 200 Nieuwe Testamenten kan ik voorlopig weer vooruit, en anders bel ik je opnieuw.’

Het zijn zulke veelgehoorde verzoeken geworden dat ik er inmiddels niet meer verbaasd over ben:

‘Ik heb 20 Bijbels nodig.’

‘We hebben 100 kinderbijbels nodig.’

‘We hebben Nieuwe Testamenten nodig.’

Tientallen. Honderden. Duizenden exemplaren.

Iedere dag verspreiden we in Oekraïne zo’n 1.000 exemplaren van de Bijbel. Het is een grote verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd ook een grote zegen.

Die dag bleef mijn telefoon constant rinkelen – en niet alleen vanwege telefoontjes. Er kwamen ook voortdurend meldingen: Luchtalarm gestart. Luchtalarm beëindigd. Keer op keer. Opnieuw en opnieuw.

En mocht ik al denken dat het loos alarm was, dan herinnerden de explosies in de verte me wel aan de verschrikkelijke oorlog die nu al zo lang voortduurt.


Een onrustige nacht 

Na een dag vol van ‘bestellingen’ reed ik naar huis. Ik was moe. Niet zozeer van het werk zelf, maar vooral van de voortdurende spanning die door je heen gaat bij elk luchtalarm.

Eigenlijk wilde ik maar één ding: mijn gezin knuffelen, samen eten en vroeg naar bed. Want als je slaapt, hoor je het geluid van het luchtalarm in de verte niet zo hard…

Die avond, na te hebben genoten van die eenvoudige dingen, kropen we in bed. Hopelijk zou het lukken die strakgespannen snaar vanbinnen te laten ontspannen, al was het maar een beetje.

Maar dan … een explosie.

Anders dan anders, want het luchtalarm was nog maar een paar minuten eerder afgegaan, en nu was er al een explosie. In de hoop dat ik me dat alleen maar had verbeeld, greep ik mijn telefoon en controleerde de berichten.

Helaas was het waar.

‘Zes ballistische raketten zijn op weg naar Kyiv. Nee, nu acht. Nee, wacht… twaalf…’

Plotseling, nog een explosie.

De knal is zo krachtig dat de echo enkele seconden aanhoudt en de grond begint te trillen. Het voelt alsof de trilling zijn kracht rechtstreeks aan mijn lichaam doorgeeft, waardoor elk zenuw op scherp komt te staan.

En dan nog een explosie. Nog een. En nog een.

Inmiddels ben ik de tel kwijt.

Een korte pauze.

Mijn vrouw en ik besluiten buiten te gaan kijken, om zeker te weten dat de explosies niet vlakbij plaatsvinden.

Plotseling – een lichtflits van een explosie!

Instinctief begin ik te tellen.

Één. Twee. Drie. Vier. Vijf…

Explosie…

Vreemd genoeg voel ik onmiddellijk een opluchting. Door de tijd tussen de flits en het geluid van de explosie weet ik nu zeker dat de aanval zich op behoorlijke afstand afspeelt.

Berichten stromen binnen op mijn telefoon: Kyiv wordt aangevallen. Alles komt eraan: Iskanders, Zirkons, Banderols, kruisraketten…

Meteen besef ik dat het weer een rusteloze nacht wordt.

En op dat moment weet ik ook, dat ik mezelf moet vermannen. Mijn twee kinderen en vrouw kijken naar me.

Ik herpak me. Een kort gebed. En dan de beslissing om weer te gaan slapen.

Een nieuwe dag

Ochtend. Wanneer ik mijn ogen open, is het eerste wat ik doe: God danken voor het bewaren van mijn leven, het leven van mijn dierbaren, en zelfs van ons huis. Pas daarna besef ik dat ik me helemaal niet uitgerust voel.

Weer een moeilijke nacht voorbij. Een moeilijke nacht – een moeilijk ontwaken. De eerste gedachte is om thuis te blijven en nog een paar uur te slapen.

Maar dan herinner ik het me weer: de beloften die ik de vorige dag heb gemaakt. De belofte aan Oleh. Aan Serhii. En aan anderen die reikhalzend wachten op hun Bijbel.

Is er iets waardevollers dan het Woord van God? Is er iets anders dat zo’n troost en vrede kan brengen, zelfs te midden van de oorlog, als de Bijbel?

Dat is wat ons als Bijbelgenootschap motiveert om door te gaan, wat ons de kracht en de wil geeft om te blijven dienen.

Wij hebben een schat. Wij hebben hoop. Wij weten dat, zelfs als ons leven hier op aarde plotseling wordt afgebroken, de Heer ons opwacht in de eeuwigheid.

Maar hoeveel mensen in Oekraïne moeten het stellen zonder die hoop? Ook zij horen en zien de explosies. Moeten voortdurend schuilen. Wachten reikhalzend op de terugkeer van hun dierbaren van het front.

Als Bijbelgenootschap kunnen we, met Gods hulp en in samenwerking met kerken en hulporganisaties, hoop kunnen brengen in een situatie die anders volkomen hopeloos lijkt.

Is dat soms zwaar?

Ja.

Maar mogen wij daarom ophouden met ons werk?

Absoluut niet.

Dankzij jouw steun 

Daarom zijn we zo dankbaar voor iedereen die ons helpt om het Woord van God hier in Oekraïne te delen. Dankzij die steun worden mensen in Oekraïne bereikt, en is het alsof zijzelf die Bijbel overhandigen.

Persoonlijk, en namens het gehele team van het Oekraïense Bijbelgenootschap, wil ik je bemoedigen: blijf ons steunen. Wij zien de impact daarvan met eigen ogen – elke dag.

Jouw gebed en donatie veranderen de levens van tienduizenden Oekraïners. Niet alleen hun leven hier en nu, maar ook, wat het allerbelangrijkste is, hun eeuwige bestemming. Dank je wel!

Yurii Petrenko, Bijbelgenootschap Oekraïne

Om deze video te kunnen bekijken moet je ‘Sociale media en advertenties’-cookies accepteren. Klik hier om jouw cookie-instellingen te wijzigen.

Impactverhaal

Was dit interessant of nuttig? Deel dit bericht met je netwerk!