MAW artikelen

Een nieuwe wereldorde

Volgens Jezus’ belofte in Handelingen 1:8 zullen zijn leerlingen de heilige Geest ontvangen om van hem te getuigen ‘in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde’. Wat leert dit ons over de komst van de heilige Geest?

Een exegetische schets bij het pinksterverhaal in Handelingen

Peter-Ben Smit

In Handelingen 1:8 voorzegt Jezus hoe de heilige Geest zijn leerlingen de kracht zal geven om het goede nieuws bekend te maken ‘in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde’. Peter-Ben Smit laat zien welke ‘mentale wereldkaart’ er schuilt achter deze gebiedsaanduidingen. Het boek Handelingen beschrijft de vestiging van een alternatieve wereldorde, het rijk van de Geest. Het pinksterverhaal van Handelingen 2 is daarvan niet alleen het startpunt, maar ook een symbolische vooruitblik op het eindpunt.

Handelingen 1:8 roept de vraag op: ‘Waar ligt het einde van de wereld?’ De leerlingen krijgen immers van Jezus te horen: ‘Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Voor iemand die de geografie van het Romeinse rijk kent, is dit op zijn minst verrassend: grote delen van het rijk komen in deze opsomming niet voor, terwijl de drie genoemde elementen, Jeruzalem, Judea en Samaria, weliswaar logisch zijn vanuit het perspectief van het verhaal – als je tenminste het Lucas-evangelie voor ogen hebt –, maar niet per se vanuit het wereldbeeld van een ‘gewone’ Griek of Romein.
In drie stappen ga ik nader in op wat dit perspectief op de wereld zegt over het boek Handelingen en speciaal over de komst van de heilige Geest. Eerst bekijk ik wat er met ‘het einde van de wereld’ wordt bedoeld, vervolgens ga ik in op de rol van Jeruzalem, en ten slotte gebruik ik deze twee elementen om de gebeurtenis waarmee ze verband houden, de gave van de Geest, nader te duiden. We zullen zien dat er tegenover het Romeinse imperium een ánder imperium wordt gezet, het rijk van de Geest. En het pinksterfeest heeft daar direct mee te maken.

Waar ligt het einde van de wereld?

De vraag naar het einde van de wereld houdt de vraag in naar wat in iemands wereldbeeld centrum is en wat periferie. Veel kaarten, ook vandaag nog, plaatsen het eigen land in het centrum van de wereld, of anders het land of continent dat om een of andere reden (politiek, economisch of religieus) als het centrum van de wereld gezien wordt. De rest is van minder groot belang. In de antieke wereld was dat niet anders. Vanuit Romeins perspectief was Rome het vanzelfsprekende centrum van de wereld, vanuit Joods perspectief was dat Jeruzalem. In de exegese van Handelingen 1:8 is dan ook vaak voorgesteld dat hier in miniatuur de hele verhaallijn van het boek wordt weergegeven. Zoals het evangelie zich van Jeruzalem naar Rome beweegt, zo gaat het op die manier naar het einde van de wereld. Daar zit een kern van waarheid in. Toch is er een probleem met deze uitleg. Het einde van de wereld zou dan een heel precieze plaats zijn, Rome. Wie echter kijkt naar het gebruik van uitdrukkingen als ‘het einde van de aarde’ in de Hebreeuwse Bijbel/de Septuagint, zal zien dat dergelijke uitdrukkingen bijna nooit voor een specifieke plek gebruikt worden. Vrijwel altijd gaat het om een onduidelijk gebied ‘heel ver weg’, of, anders, ‘de hele wereld, zélfs de uiteinden ervan’. Een goed en representatief voorbeeld hiervan is Jesaja 49:6: ‘Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’ Deze tekst uit Jesaja is waarschijnlijk een directe inspiratie geweest voor de uitdrukking in Handelingen 1:8 (ook omdat de tekst in wat langere vorm geciteerd wordt in Handelingen 13:37).
Dit is relevant voor het verstaan van Handelingen 1:8, en daarmee het verloop van het hele boek, dat vanwege alle reizen inderdaad een soort ‘geografisch programma’ afwerkt. Het betekent namelijk dat het erom gaat dat het getuigenis van de leerlingen werkelijk tot in de laatste uithoek van de aarde terecht zal komen. Die uithoeken zijn de uiterste grens, Judea, Samaria en – vooral – Jeruzalem zijn de kerngebieden, en wat er tussenin ligt noemt Handelingen niet expliciet. Dat is opvallend, want je zou ook kunnen verwachten dat er had gestaan ‘zelfs naar Rome’. Maar wát er staat heeft een functie. Het geeft heel helder aan wat voor deze auteur het belangrijkste is (het centrum: Jeruzalem en omgeving), en wat er daarnaast dan ook nog is (de periferie: de rest van de aarde tot en met de verste uithoeken).
Dat is een wereldbeeld dat de toenmalige situatie op z’n kop zet. Als je ervan uitgaat dat Jeruzalem na 70 na Christus in puin lag en dat het boek Handelingen van nóg een paar decennia later is, is het bepaald niet logisch om Jeruzalem nu tot centrum van de wereld te verklaren. Zo komen we van de ene vraag – ‘Wat is het einde van de wereld?’ – terecht bij een volgende vraag: ‘Wat betekent het dat Jeruzalem op deze manier getypeerd wordt?’ We mogen aannemen dat het hier niet gaat om de claim dat Jeruzalem in politieke zin de rol van het centrum van de wereld overneemt van Rome. Maar wat betekent het dan wel? En wat is het verband met de Geest, die in Handelingen 1:8 wordt genoemd?

Wat is Jeruzalem?

De vraag ‘Wat is Jeruzalem?’ is het logische vervolg op de vraag ‘Wat is het einde van de aarde?’ We mogen aannemen dat de lezers van Handelingen wisten dat Jeruzalem in puin lag en zeker geen wereldstad was. Wat zegt het dan dat déze stad wordt neergezet als het centrum van waaruit de leerlingen in de Geest het getuigenis in de wereld zullen dragen? Wordt Jeruzalem door een speling van het lot dan toch een stad als Rome? Het antwoord op deze vraag geeft het boek Handelingen als geheel. Wie het uit heeft, zal weten dat Jeruzalem het uitgangspunt is van het goede nieuws en van het transformerende werk van de Geest. Maar het komt al aan de orde in Handelingen 2, als vooruitblik en als een symbolische uitbeelding. Het gaat dan om de uitstorting van de Geest: ‘En allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven’ (Handelingen 2:4). Wat hier gebeurt, heeft alles te maken met de opbouw van een ‘wereldrijk’, maar dan wel op een bijzondere manier.
Dat ‘Pinksteren’ met ‘imperium’ te maken heeft, is exegeten opgevallen omdat de lijst met volkeren die er voorkomt (Handelingen 2:9-11) erg lijkt op opsommingen in Romeinse bronnen die de alomvattendheid van het Romeinse rijk willen tonen. Het interessante is nu dat iedereen deze ‘Galileeërs’ in de eigen taal hoort spreken en toch hetzelfde te horen krijgt: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?’ (Handelingen 2:7-8). De overdrijving van de herkomst in Handelingen 2:5 (‘uit ieder volk op aarde’) past hier goed bij: in een notendop krijg je hier te zien wat Handelingen 1:8 al aankondigde, namelijk een getuigenis, in de Geest, tot aan het einde van de wereld, en wel zo dat iedereen het kan verstaan in de eigen taal. Dat is een nieuwe vorm van ‘imperium’, één die van Jeruzalem uitgaat en die een andere logica volgt dan die van het Romeinse Rijk. Het draait nu niet om militaire, politieke, en economische onderwerping maar om een vernieuwd leven dat alle culturele grenzen overstijgt.
Petrus vat dat aan het einde van zijn ‘pinksterpreek’ samen: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen’ (Handelingen 2:38-39). De Geest van de eindtijd (vergelijk de verwijzingen naar de profetie van Joël), waarin een nieuwe vorm van gemeenschap tussen mensen mogelijk wordt, vormt deze gemeenschap via de weg van de bekering en onder het aanroepen van Jezus Christus. Die heeft Petrus net uitvoerig beschreven in zijn preek en benadrukt dat deze verstotene door God tot nieuw leven gewekt is – de sfeer is ook hier die van de eindtijd, waarin een nieuwe schepping plaatsvindt, beginnend met de opwekking van de gekruisigde messias en in de Geest voortgezet in het nieuwe leven van wie zijn naam aanroept. Jeruzalem is daarbij de plek waar dit allemaal gebeurt en daarmee het startpunt én het centrum van een nieuwe wereldorde.

De ‘geestelijke’ wereldheerschappij van de verhevene?

Bij dit alles speelt nog een ander aspect uit Handelingen 1 een rol, dat de associatie met ‘wereldorde’ versterkt. Nadat hij zijn woorden over het einde van de aarde gesproken heeft, vaart Jezus namelijk ten hemel: ‘Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen’ (Handelingen 1:9). Dat is natuurlijk een gebeurtenis die herinnert aan andere centrale personen uit de geschiedenis van het Godsvolk, Henoch en Elia, bijvoorbeeld, maar de notie van apotheosis resoneert ook breder. Met name de apotheosis van keizers is van belang: men kende toen de gedachte dat een succesvolle keizer, die op aarde in harmonie met de goden geregeerd had, dit werk nu in de hemel, quasi als viceregent naast Jupiter, kon voortzetten, wellicht zelfs op een nog grotere schaal en zo dat de gouden eeuw weer zou terugkeren. Het verhaal over de hemelse opname van Jezus in Handelingen 1 suggereert dat hier iets analoogs aan de hand kan zijn. In de beeldtaal van de eerste eeuw: Jezus, trouw aan God en Gods representant op aarde, zet zijn werk nu voort aan Gods rechterhand en wel op zo’n manier dat Gods Rijk nog verder doorbreekt. Het springende punt daarbij is de manier waarop dat gebeurt, en vooral ook de manieren waarop het níét gebeurt. Wél door bekering en het vormen van een wereldwijde gemeenschap uit allerlei volkeren (die hun eigen taal blijven spreken – hun eigen cultuur blijven behouden). Níét door militair ingrijpen van de ene of andere soort, in het verlengde van de veroveringsoorlogen van Rome (een beetje keizer had simpelweg een militair succes nodig).

Conclusies

De vragen naar het einde van de aarde en naar de betekenis van Jeruzalem leiden dus tot een vergelijking met culturele en politieke vormen in en van het Romeinse rijk. We zien hoe Handelingen de taal van zijn tijd spreekt én hoe het juist binnen die taal eigen accenten weet te leggen. De Geest leidt inderdaad een nieuwe, eschatologische wereldorde in, maar één die gebaseerd is op het lot van Jezus, verstoten en tot nieuw leven gewekt, als een teken van een nieuw aanbrekende schepping. Zo staat Pinksteren symbool voor een kwalitatief nieuwe wereldorde en Handelingen 2 beeldt die orde al uit. Het is een rijk zo omvattend als dat van Rome, maar tegelijk van een volledig andere orde.

Prof. dr. P.-B. Smit is verbonden aan de Vrije Universiteit als hoogleraar Contextuele Bijbelinterpretatie en aan de Universiteit Utrecht als hoogleraar Oude katholieke kerkstructuren vanwege het Oud-Katholiek Seminarie.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van: Peter-Ben Smit, ‘Negotiating a New Worldview in Acts 1:8? A Note on the Expression heôs eschatou tês gês’ in: New Testament Studies 63 (2017), 1-22, en de daar genoemde literatuur.