MAW artikelen

Een ecologische crisis bij Hosea?

‘Daarom is het land in rouw gedompeld en bezwijken al zijn inwoners, mét de dieren van het veld en alles wat vliegt; zelfs de vissen in de zee sterven uit.’ Deze woorden uit Hosea 4:3 lijken rechtstreeks betrekking te hebben op de ecologische crisis van onze tijd.

Trees van Montfoort

Is Hosea in zijn tijd dan ook getuige geweest van het verdwijnen van diersoorten? Dat zou kunnen. Overbejaging kwam in de prehistorie al voor. Denk aan het uitsterven van de mammoet. Ook vissterfte door droogte of watervervuiling was bekend. Toch is de vraag naar de situatie van toen niet de (ecologische) sleutel tot deze tekst. Eenvoudigweg omdat mensen nog niet in staat waren de aarde zo sterk te beïnvloeden als tegenwoordig. Relevant voor nu is het besef van de onderlinge verbondenheid van mensen en dieren en van beide met de aarde en de planten.
Dieren hebben een veel grotere plaats in het bijbelse wereldbeeld dan in het moderne westerse. Wij zijn gewend dieren en planten samen te nemen als levende natuur – fauna en flora – en mensen daarbuiten te plaatsen. De Bijbel heeft een andere indeling. Kol-basar – alle lichamelijke wezens – zo worden mensen en dieren daar samen genoemd. Planten horen bij de aarde. Ze hoeven niet mee in de ark, want de aarde zal zelf weer planten voortbrengen, net als in Genesis 1. Kol-basar is lastig te vertalen. ‘Al wat leeft’ wekt de suggestie dat planten ingegrepen zijn, maar is een betere weergave dan ‘iedereen’ of ‘alle mensen’ (vergelijk Genesis 6:12-13 in de Nieuwe Bijbelvertaling), dat dieren onzichtbaar maakt.
In Genesis 6 wordt kol-basar verantwoordelijk gehouden voor het verval van de aarde, en in Genesis 9:5 eist God ‘genoegdoening van mens en dier’. In Hosea 4 voert God ‘een geding tegen de inwoners van dit land, want ze kennen geen eerlijkheid meer en geen liefde, en met God zijn ze niet meer vertrouwd’. Mogelijk zijn bij die ‘inwoners’ (die als daders worden aangeklaagd) ook de dieren inbegrepen.
Een andere leeswijze is om Hosea 4:3 te begrijpen in lijn met Genesis 3:17, waar de grond vervloekt wordt als gevolg van wat de mens gedaan heeft. De dieren die Hosea noemt zijn dan geen (mede)dader maar slachtoffer: het zijn dieren die volgens Genesis 1 onder het gezag van mensen vallen, dus waar mensen invloed op hebben.
In het huidige Antropoceen hebben mensen grote invloed op het hele ecosysteem aarde. Een ecologische interpretatie van Hosea 4 kan dan zijn: Het gaat slecht met het land en de dieren als gevolg van menselijk handelen. Maar als mensen hun gedrag verbeteren, zal de aarde weer opbloeien.

Drs. Trees van Montfoort is theoloog en schreef het boek Groene theologie (2019), zie www. VanMontfoortCommunicatie.nl