Nieuws

Kees de kort: ‘De Bijbel is niet oud, maar realistisch’

Van welke Nederlandse illustrator zijn wereldwijd de meeste boekjes verkocht? Van Dick Bruna met Nijntje? Mis: het is Kees de Kort met zijn Kijkbijbel.

 Zijn werk hangt momenteel naast iconen in het Bijbels Museum in Amsterdam – het is daar de laatste tentoonstelling. Sinds 2 december is De Kort 85 jaar. Wat is het geheim van zijn succes en wat heeft hij met de Bijbel?

‘Ik groeide op in Nijkerk,’ vertelt De Kort als we hem ontmoeten tussen z’n schilderijen in zijn atelier in Bergen. ‘Uit de Bijbel werd verteld op school, door juffen, meesters een en een pater met een lange baard. Het was een klein katholiek schooltje, want wij waren katholiek, middenin een protestantse omgeving.’ Met glimmende oogjes: ‘Dat vond ik spannende verhalen man, prachtig! En de platen die erbij hoorden van Gustave Doré maakten indruk op me.’ Vooral Oudtestamentische verhalen boeiden hem. Bijvoorbeeld het drama van Job, de discussies met zijn vrienden, de weddenschap van God met de satan. Zo’n weddenschap is toch eigenlijk onbestaanbaar? ‘Ik denk dat het een parabel is, om de aandacht van mensen te trekken,’ aldus De Kort. Momenteel is hij opnieuw bezig met schilderijen over dit verhaal. Waarom? ‘Omdat je het drama ook nu om je heen ziet, overal.’

Job met zijn vrouw en zijn vrienden

Beeldtaal

Kees de Kort is de bescheidenheid zelf. Hij was van jongs af gefascineerd door beeldende kunst. ‘Kunst zag ik in de kerk en in boeken, zoals de Winkler Prins encyclopedie die we thuis hadden. Ik was opgeleid tot technisch tekenaar en werkte op een kantoor . Maar het werk boeide me niet; ik maakte veel teveel fouten. Daarom besloot ik op m’n 22e om naar de Kunstacademie te gaan. Mijn ouders zeiden: “Wat ga je nou weer doen, Kees?” Kunstenaar worden was niet in beeld. Ook de hoofdmeester op de lagere school had het me afgeraden:  “Kees, je kunt beter tekenen dan ik, maar je moet geen kunstenaar worden hoor”.‘

Toen hippies en provo’s het overnamen op de kunstacademie, was De Kort al bezig met de serie Wat de Bijbel ons vertelt. Die zou hem wereldberoemd maken. ‘Het was 1964. Een collega bij een stichting waar ik werkte, vertelde me dat hij tekeningen had gemaakt voor het NBG, vanwege een oproep om wat in te sturen over de Bijbel voor verstandelijk gehandicapten. Dat leek mij ook wel wat. Ik heb snel één tekening gemaakt, van Jozef en Maria onderweg naar Bethlehem. Die moest dezelfde dag nog worden opgestuurd. En díé tekening werd gekozen!’

Jozef en Maria op weg naar Bethlehem

Van het NBG kreeg De Kort toen de opdracht om ook andere  illustraties te maken over  Jezus’ geboorte, in totaal twaalf. Hij moest zich aan de Bijbel houden én duidelijk tekenen. Dat lukte. En bij  dat ene verhaal bleef het niet. De door hem geïllustreerde verhalen sloegen aan, zowel bij verstandelijk gehandicapten als bij kinderen. ‘Al in mijn jeugd ging ik om met kinderen met een handicap. Bijvoorbeeld een meisje met een wagentje. Ik reed haar daarin rond, liefst zo hard mogelijk, op twee wielen door de bocht. Ze schaterde het uit.’

Uiteindelijk verschenen er 28 deeltjes in de reeks Wat de Bijbel ons vertelt. Ze werden in 1992 gebundeld tot de Kijkbijbel. Er zijn 3 miljoen exemplaren verkocht alleen al in Nederland en de boekjes werden in zo’n 100 talen vertaald.
Wat verklaart dat wereldwijde succes, tot op de dag van vandaag? De Kort: ‘Ik denk dat het komt door de kleuren, door de eenvoud en doordat ze lijken op kindertekeningen. Beeldtaal is een universele taal.’

Pauselijke opdracht

Zijn laatste opdracht kreeg De Kort van paus Franciscus. ‘Ik mocht twaalf tekeningen maken over het lijden en sterven en de opstanding van Jezus Christus, bestemd voor alle domkerken in Italië. Ik dacht: laat ik het maar doen, dan breekt de Kijkbijbel in Italië misschien ook door bij de katholieken. Toen ik klaar was, werd ik uitgenodigd. We zijn bij de paus op bezoek geweest joh! Dat was mooi! Ik mocht twee zinnen uitspreken en heb gezegd dat ik heel blij ben dat hij paus is. Hij vond het resultaat mooi en was erg vriendelijk.’

Protest met penseel

Dankzij zijn succes als bijbelillustrator kon De Kort een ruim, licht atelier bouwen. Verder is hij gewoon bezig gebleven, bijvoorbeeld met het schilderen van varkens. ‘Wat ik maak moet goed zijn, bijvoorbeeld dit.’ De Kort wijst naar een  bloedrood schilderij met de heilige Antonius in een varkensslachterij. ‘Antonius is de beschermheilige van de varkensboeren. En van hen die varkens schilderen natuurlijk, haha! Maar in plaats van een slachtmes heeft Antonius een penseel in de hand. ‘Die beesten hebben maar een kort leven. Ze moeten dood, maar de manier waarop dat gebeurt, vind ik moeilijk te verwerken. Je kunt dit schilderij zien al een stil protest daartegen.’

Iconisch

‘De meeste mensen kennen mijn werk wel, ook al zijn ze niet gelovig. Er is veel veranderd in de manier waarop kinderboeken worden geïllustreerd. Ik heb wel wat invloed gehad, denk ik’, aldus De Kort. Dat zijn werk nu in een tentoonstelling in Amsterdam naast iconen hangt, vindt hij ‘fascinerend’. Hij had zich niet gerealiseerd dat zijn werk dus iconisch is: dat het een fundamenteel nieuwe, eigentijdse manier van kijken laat zien.

Jezus’ intocht in Jeruzalem, één van de illustraties die momenteel naast iconen hangen in het Bijbels Museum.

 

Had De Kort ooit iets anders willen zijn dan bijbelillustrator? ‘Nee. Ik vond het fantastisch om die verhalen op déze manier in beeld te brengen. Beeldtaal is belangrijk, omdat het anders over komt dan letters. Er zijn kinderen die je alleen maar kunt bereiken met beeld.’
De Kort is nu op hoge leeftijd gekomen. Gaat hij later, in het hiernamaals, weer schilderen? ’Dat weet ik niet. Ik weet niet of ze daar verf hebben.’ Lijkt het hem fijn als daar verf zou zijn? ‘Prima. Of, nou, misschien heb je daar geen verf nodig!’

Geloof als vertrouwen

De Kort is altijd een gelovig mens gebleven. Hoe dat kwam? ‘Dat heeft met mijn werk te maken. Ik was steeds weer met de Bijbel bezig. Dat bracht verdieping.’ Geloof heeft alles te maken met vertrouwen, ervoer De Kort. ‘Zekerheid hebben we niet en dat is maar goed ook. Dat vertrouwen was er al in mijn kinderjaren. Ik moest tijdens de oorlog, toen ik een jaar of acht was, weg uit Nijkerk. We kregen een onderduiker uit Helmond en In zijn plaats moest ik daarheen. Dat duurde anderhalf jaar. Ik kwam in een heel andere wereld. Het enige waar ik toen op vertrouwde, waren de bijbelverhalen die de pater met z’n baard me verteld had.’
Als zijn kleinkinderen zouden vragen: ‘Opa, waarom moeten we die oude bijbelverhalen kennen?’, wat zou De Kort dan zeggen? ‘Die zijn niet oud, ze zijn heel realistisch en dat zijn ze altijd geweest. Ze geven goed weer hoe mensen zijn en waren. Ik ben geen preker, dat wil ik ook niet. Maar ik weet wel dat bijbelverhalen een grote kracht hebben. Ze bepalen ons bij de situatie waarin we leven.’

De tentoonstelling ‘Kees de Kort | Ikonen’ is tot en met 1 juni te zien in het Bijbels Museum in Amsterdam en verhuist daarna naar Zierikzee.

Benieuwd naar het favoriete bijbelverhaal van Kees de Kort? Zie het filmpje:

Interview en tekst: Peter Siebe, Nederlands Bijbelgenootschap