Aan de slag met kinderen
Iemand anders vergeven

Wat is barmhartigheid?
Je doet iets met medelijden en liefde voor andere mensen. En weet je wat zo mooi is? Je wordt er zelf blij van!

Wat zijn werken?

Dingen die je kunt dóen. Je doet goede dingen voor andere mensen en je helpt ze. Net zoals Jezus. Jezus deed ook goede dingen en Hij hielp de mensen. Wat Hij deed, lees je in de Bijbel. Jezus zegt dat wat Hij deed voor de mensen, wij dat ook moeten doen.

Iemand anders vergeven

6-12 jaar
Hoeveel-keer-happertje
Eén van Jezus vrienden, Petrus, vraagt aan Jezus hoe vaak hij iemand moet vergeven. Hij stelt zelf voor: zeven keer. Dit lijkt misschien weinig, maar het getal zeven betekent in de Bijbel dat iets helemaal compleet is. Jezus doet er een schepje bovenop: Petrus moet dat wel zeventig maal zeven keer doen. Dat is 490 keer. Jezus wil daarmee zeggen: je kunt de tel niet bijhouden als je vergeeft, en dat hoeft ook niet.

Wat heb je nodig?

  • een vouwblaadje
  • een pen of een potlood
  • werkblad met de werktekening » download
  • viltstiften of stickertjes

Aan de slag:

  • Vouw het happertje volgens de werktekening op het werkblad.
  • Vouw het blaadje in vieren en vouwen het weer terug.
  • Vouw de vier punten naar het midden.
  • Vouw de vier nieuwe punten naar achteren.
  • Draai het bouwsel om en vouw de vier kleine flapjes terug naar de punt.
  • Aan de binnenkant van ieder flapje schrijf je iets leuks: God houdt van jou, je bent leuk, je bent grappig, ik vergeef jou, enzovoort. Aan de bovenkant van iedere flap (acht keer) plak je stickers of maak je een figuurtje met acht verschillende kleuren.
  • Speel het spel met iemand anders. Vraag de ander: Hoeveel keer? Stop je vingers in de vier ontstane ruimtes en duw die tegen elkaar.
  • Beweeg de vingers in het vouwsel het genoemde aantal keren naar voren en daarna opzij, zodat het happertje ‘hapt’.
  • Laat de ander een kleur of sticker kiezen die nu zichtbaar is. Wat staat er onder het flapje?

4-12 jaar
Neem je woorden terug
Woorden komen makkelijk over onze lippen, we hebben veel praatjes. We zeggen ook dingen die we niet hadden willen zeggen. Dat gaat makkelijk. De woorden weer terugnemen is bijna onmogelijk. De kinderen ervaren dit met deze uitdaging.

Wat heb je nodig?

  • twee kleine tubetjes tandpasta
  • twee papieren bordjes
  •  twee theelepels
  • een stopwatch

Aan de slag:

  • Zet twee bordjes op een tafel tegenover elkaar.
  • Vraag twee kinderen om achter één van beide bordjes te gaan staan.
  • De kinderen halen de dop van de tandpasta.
  • Op een teken knijpen ze de tube zo snel mogelijk leeg op het bordje.
  • Als ze klaar zijn, zal het kind dat het eerste de tube heeft leeggeknepen, zichzelf zien als de winnaar.
  • Vertel de kinderen dat het hier niet om ging in het spel.
  • Geef de beide kinderen een lepel. Ze moeten in een halve minuut zoveel mogelijk tandpasta weer in de tube zien te krijgen.
    Het zal de kinderen niet lukken de tandpasta terug in de tube te stoppen.

Praat met de kinderen door over dit experiment:

  • Ging de tandpasta er makkelijk uit? Hoe kon dat?
  • Ging de tandpasta ook makkelijk weer in de tube? Waarom niet?
  • Wat zou dit spel hebben te maken met wat de kinderen hebben gehoord: woorden komen snel uit je mond? Als je woorden hebt gezegd die niet zo fijn waren, kun je ze dan weer terugnemen in je mond?
  • Wat leer je van dit experiment?