MAW artikelen


Op weg naar de NBV21
door Matthijs de Jong

Nu de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) na ruim drie jaar werken bijna is afgerond, is de vraag: Wat heeft dat grondige nalopen van de bijbelteksten opgeleverd?

Wat verandert er ten opzichte van de NBV 2004? Wat brengt het de bijbellezer?

1. Het speelveld van de revisie

De NBV-methode als uitgangspunt

Aantrekkelijk en sprankelend. Zo moeten de volgelingen van Jezus spreken volgens Kolossenzen 4:6. [1] Je zou die woorden ook als het motto van de NBV kunnen zien. De bijbelse brontekst bevat prachtige taal, spannende verhalen, en diep emotionele teksten, en de NBV beoogt die diepte, rijkdom en zeggingskracht van de Bijbel op de hedendaagse lezer over te brengen.

Het verhaal van de revisie begint bij de methode van de NBV, want die was ook bij de revisie het uitgangspunt. Wat hield die in?

Ten eerste dit: vertalen is veel meer dan het omzetten van woorden. Iemand zou natuurlijk de voorkeur kunnen geven aan 2 Samuel 12:9-10 in een vertaling zoals Tekst 1 hieronder, maar zo tref je het niet aan in de NBV, ook niet na revisie.

Tekst 1 Tekst 2
… Uria de Hethiet heb je geslagen met het zwaard en zijn vrouw heb je je tot vrouw genomen, en hem heb je vermoord door het zwaard van de Ammonieten. Let op! Nimmer zal het zwaard uit jouw huis wijken, 9 … De Hethiet Uria is door jouw toedoen gedood. Je hebt hem zijn vrouw afgenomen en hem in de strijd tegen de Ammonieten laten vermoorden. 10 Welnu, voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen, …

Het maken van een letterlijke vertaling is gemakkelijk, het maken van een sprekende vertaling de werkelijke uitdaging. De NBV is die uitdaging aangegaan. Tekst 1, gebaseerd op de eerste, letterlijke versie uit het NBV-vertaalproces, is een vertaling die iedereen met enige kennis van het Hebreeuws kan leveren. Tekst 2, de NBV, na revisie ongewijzigd, is het resultaat van creatieve arbeid en samenwerking van brontaalkenner en neerlandicus. Een letterlijke vertaling is nuttig als hulpvertaling, als startpunt, maar ontbeert de kracht van een levende tekst. De definitieve vertaling – bezien vanuit de NBV-methode – moet op eigen benen kunnen staan.

Daar komt bij dat we niet zozeer woorden of zinnen vertalen, maar een tekst. Een tekst met zijn eigen unieke kenmerken en karakteristieken. Vertalen is daarom een intens samenspel van brontekstanalyse en de verwoording in de eigen taal. Een vertaling doet recht aan het genre, het register, en de stijl van de brontekst. Een vertaling vertolkt de stem van de tekst. Vertalen vraagt om volledige toewijding aan de brontekst. Vertalers leven zich in de tekst in en zetten die in hun eigen taal als het ware opnieuw op muziek. Dat vraagt allereerst om grote kennis van de taal waaruit je vertaalt, en daarnaast om een even grote kennis van de taal waarin je vertaalt. Een geslaagde vertaling is geen compromis tussen trouw en leesbaarheid. Het een gaat niet zonder het ander – trouw aan de brontekst vraagt ook om trouw aan je eigen taal. Of een vertaling de brontekst getrouw weerspiegelt hangt er mede vanaf of het de vertalers gelukt is om het Nederlands goed en effectief in te zetten.

Dit is wat de NBV typeert. De ene benadering sluit de andere natuurlijk niet uit. Het is een methode, geen universele norm. Maar dit is wel waar de NBV voor staat, en dit spoor volgt de revisie.

Het werk van de revisie

Het woord revisie komt van het Latijnse revisere: opnieuw bekijken, controleren, heroverwegen. Dat is wat we hebben gedaan. We hebben kritisch durven kijken, en met een gescherpte blik.

Het revisiewerk was geen eenvoudige opgave. De NBV beoogt een getrouwe vertaling in natuurlijk Nederlands te zijn. Dan moet je op alles letten: betekenis, woordkeus, zinsbouw, ritme, distributie van informatie, tekstuele samenhang. Bovendien biedt de ‘achterkant’ van de NBV een wondere wereld van honderden documenten met vertaaltoelichting in verschillende fasen, verslaglegging van afspraken en discussies en besluiten door verschillende gremia (vakgroepen, coördinatieteam, supervisoren, begeleidingscommissie, eindredactie). Zomaar even iets wijzigen gaat niet. Je moet weten waar je mee bezig bent.

Als revisor doe je dienst als vertaler en ben je de brontekst volledig toegewijd. Maar omdat een revisor voortbouwt op wat er al ligt, moet die zich ook de voorliggende vertaling helemaal eigen maken. Dat stelt hoge eisen aan het werk.

De stem van de lezer

Naast focus op de brontekst en de voorliggende vertaling, heeft – als derde factor – ook de lezer een grote rol gespeeld in de revisie. Twee bijzonderheden springen eruit: de grote hoeveelheid reacties op de NBV en de bruikbaarheid ervan.

Toen de NBV in 2004 verscheen was de boodschap van het NBG: ‘Neem deze vertaling in gebruik en laat ons weten wat u ervan vindt, dan maken we te zijner tijd een verbeterde versie waarin alle feedback wordt meegewogen.’ De NBV groeide al snel uit tot de meestgebruikte Nederlandse bijbelvertaling en het NBG ontving zeer veel reacties. Brieven, soms complete pakketten, e-mails, verzamelde dossiers aangelegd door diverse kerkgenootschappen. Daarnaast verschenen vele publicaties waarin de NBV of delen daarvan onder de loep werden genomen. De reacties kwamen van sterk uiteenlopende kanten. Uit alle kerkelijke richtingen en van daarbuiten, en van hooggeleerde tot heel gewone lezers.

Vanaf 2004 hebben we een database bijgehouden, die groeide tot enkele duizenden verbetersuggesties van lezers (zie het artikel van Tineke Bol-Drieenhuizen in dit nummer).

Bij mijn weten is dit in de Nederlandse context – en misschien wel wereldwijd – een unieke situatie: zo veel lezers die reageerden op de uitnodiging van het NBG, en die hun opmerkingen, vragen en suggesties opstuurden.

De omvang van de feedback is één ding, de vraag of je er iets mee kunt is iets anders. Dat is de tweede bijzonderheid: we konden er inderdaad veel mee. Laat ik er, om misverstanden te voorkomen, meteen bij zeggen dat we van de vertaalvoorstellen van lezers niet eisten dat ze kant-en-klaar en ‘NBV-proof’ waren. Maar verrassend vaak zetten ze ons op een goed spoor. Ik ga daar straks dieper op in.

Uit alle reacties blijkt, behalve een grote betrokkenheid van lezers bij de NBV, ook dat er over een vertaling als de NBV een vruchtbare discussie gevoerd kan worden. Waar komt dat door? Ik noem vier dingen:

  1. De NBV-methode legt nadruk op de functie van woorden in hun grotere verband; elk(e) woord(groep) wordt vanuit zijn functie vertaald. Dat betekent in de praktijk een voortdurend omzetten: woordsoorten, woordgroepen en constructies van het ene taalsysteem maken plaats voor die van het andere. Iedereen met taalgevoel kan meepraten over hoe dat is gedaan en hoe het kan worden verbeterd.
  2. Vertalen vraagt niet alleen om talenkennis, maar ook om de vaardigheid tot interpreteren. De uitwisselbaarheid van woorden en woordgroepen tussen de ene taal en de andere is immers altijd relatief, en hangt af van context, situatie en woordcombinatie. Vertalers zijn hierin getraind, maar het is niet exclusief hun domein; iedereen kan erover meedenken – en dat is massaal gebeurd.
  3. De NBV wil een Nederlandse tekst zijn die wérkt, die overkomt. Ook op dat punt kan de lezer meepraten. Immers: een vertaling kan technisch gesproken in orde zijn, maar als deze desondanks bij lezers een verkeerde indruk wekt, is die, naar de maatstaven van de NBV, toch nog niet goed.
  4. De NBV wil vlekkeloos Nederlands bieden. Heel wat lezers zijn er eens even goed voor gaan zitten en hebben uiteindelijk nog de nodige foutjes in de tekst weten aan te wijzen.

De NBV leent zich dus goed voor dit veelkleurige gesprek. Daarnaast hebben wij als revisors geprobeerd zo veel mogelijk profijt te trekken uit alle reacties. Ook wat dit betreft is er iets veranderd. In de eerste jaren na verschijning hebben we de NBV met verve verdedigd, publiekelijk en in onze reacties op lezers. Terecht, denk ik, want je mag als organisatie staan voor het werk dat je hebt geleverd. Nu we bijna zeventien jaar verder zijn, is er wat meer afstand. De groep van revisors – die bestaat uit een prettige mix van oudgedienden en nieuwe krachten – heeft met open vizier gekeken naar alle ingebrachte suggesties. We hebben ervaren dat je prima kunt geloven in de kracht van de NBV en tegelijk open kunt staan voor verbetering.

Zo zijn we als het ware in de huid van de lezers gekropen. Het overgrote deel van hun suggesties is constructief, maar sommige reacties gaan uit van andere vertaaluitgangspunten. We hadden die bij voorbaat buiten de orde kunnen plaatsen, maar het leek ons zinvoller om altijd toch te bekijken wat we ervan zouden kunnen leren. Soms leggen ze namelijk de vinger op een zere plek. Het verdient vermelding dat we nu soms profiteren van opmerkingen van de felste critici.

Toch hebben we nooit zomaar een voorstel overgenomen. Het ging altijd door de revisiefilter, een zeer zorgvuldig en uitgebreid proces (zie kadertekst: Procedure). Iedere wijziging moest voldoen aan de methode en passen in het grotere geheel. Dus waar lezersopmerkingen dikwijls aanleiding vormden voor ingrijpen, komt de formulering van de uiteindelijke wijziging altijd voor rekening van de revisors. Je kunt de revisie daarom zien als een samenspel, van de lezers als aangevers en de revisors als bouwers aan de tekst.

De inbreng van de lezers vormt het unieke ingrediënt van de revisie. Toch heeft het merendeel van de wijzigingen geen lezersopmerking als startpunt. We zijn in het revisiewerk namelijk niet van opmerking naar opmerking gesprongen. Integendeel, we hebben een systematische aanpak gekozen, waarbij ieder vers onder de loep is genomen – ook boeken die minder vaak gelezen worden en waarover niet of nauwelijks opmerkingen zijn binnengekomen. Niettemin zijn de lezers ons op een indirecte manier ook hier van dienst geweest, want in de aanpak die we over alle boeken hebben uitgerold, werkten we met speerpunten die aansluiten bij de tendens van de reacties.

2. Wat wordt er anders aan de NBV21?

Hoe ziet de nieuwe versie van de NBV eruit? Wat is het verschil tussen NBV21 en NBV 2004? We kijken eerst naar een drietal factoren die we de ‘schil’ van de revisie kunnen noemen, en daarna naar de elementen die de ‘kern’ van de revisie uitmaken.

De schil

Onder deze noemer wijs ik op drie belangrijke aspecten die de NBV doen toenemen in kwaliteit en haar up-to-date maken.

1. Vertaalfouten verbeterd

Evidente fouten of vergissingen die in de vertaling zijn opgespoord zijn in alle gevallen verbeterd. Het gaat hier weliswaar om een beperkt aantal gevallen, maar het is belangrijk dat we dit hebben kunnen doen. Een paar voorbeelden:

  • In Exodus 28:6 is per ongeluk het woord ‘karmozijnrode’ overgeslagen in een opsomming.
  • In Leviticus 15:16 spreekt de NBV van ‘zijn kleren en zijn hele lichaam’, maar die kleren zijn hier per abuis toegevoegd (vgl. bijv. 15:13) en staan niet in de brontekst.
  • In Handelingen 18:27 zijn in de vertaling per ongeluk de woorden ‘gemeenteleden’ en ‘leerlingen’ van positie gewisseld.

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt verdienen hier een eervolle vermelding: veel van dit soort foutjes staan genoteerd in het door hen aangeleverde NBV-dossier.

Daarnaast mag ook genoemd worden dat de tekstkritische voetnoten bij het Oude Testament nogal wat tekortkomingen vertonen. De meeste lezers zal dat weinig uitmaken, maar verschillende experts hebben hier terecht aandacht voor gevraagd. Ook dat wordt in de revisie goedgemaakt.

2. Neerlandistieke fouten verbeterd

Het Nederlands van de NBV is van hoge kwaliteit. Op verreweg de meeste boeken valt in dit opzicht dan ook weinig aan te merken. Toch is er af en toe iets tussendoor geglipt: een vergeten of misplaatste komma, een contaminatie, een foutieve samentrekking. En in een enkel boek viel er méér te winnen.

Een eenvoudig voorbeeld in deze categorie betreft Numeri 20:19: ‘We vragen alleen toestemming om te voet door uw land te mogen trekken, meer niet.’

3. Wetenschappelijk up-to-date gemaakt

Een onderdeel van de revisie was het wetenschappelijk up-to-date maken van de vertaling. Je kunt dan denken aan de nieuwe editie van het Griekse Nieuwe Testament (Nestle-Aland 28), met een aantal tekstwijzigingen in de katholieke brieven. Ook zijn de belangrijkste woordenboeken van het bijbels Hebreeuws tussentijds met een nieuwe editie gekomen. Dit leidt tot allerlei kleine, niet al te schokkende veranderingen: de ‘belegeringswal’ verandert in ‘bestormingsdam’, en een zeldzaam Hebreeuws woord dat tot nu toe met ‘schild’ werd vertaald blijkt ‘pijlkoker’ of ‘pijl-en-boogkoker’ te betekenen.

Daarnaast was het belangrijk dat we bij ons werk aan alle bijbelboeken ook gebruik konden maken van nieuwe bijbelcommentaren en meer recente handboeken. Zo hadden we de hulpmiddelen om de NBV op plaatsen waar dat nodig was kritisch tegen het licht te houden.

Deze drie punten betekenen een verbeterslag. Maar de kern van de revisie gaat nog een stap verder.

De kern

De kern van de revisie is als volgt te omschrijven: een lichte bijsturing van de NBV over de hele linie. Om die bijsturing op waarde te schatten moeten we even terug naar alle binnengekomen respons. De reacties op de NBV vormen een zeer divers geheel. Toch zijn er enkele zaken die eruit springen.

Het eerste betreft: het ontbreken van eerbiedshoofdletters. Het ontbreken van die hoofdletters in verwijswoorden naar God – en in het Nieuwe Testament ook naar Jezus en de heilige Geest – is de door bijbellezers meest betreurde keuze in de NBV. Al voor de revisie startte, besloot het NBG om deze hoofdletters in de NBV21 alsnog in te voeren. Niet elke lezer zal dit toejuichen, maar om de NBV te kunnen laten functioneren als kerkbijbel voor de kerkelijke breedte blijkt het beslist wenselijk. We kiezen (grotendeels) in lijn met NBG-vertaling 1951, Willibrordvertaling en het nieuwe Liedboek voor een beperkte uitvoering van de eerbiedshoofdletters: alleen in geval van persoonlijke voornaamwoorden, niet voor bezittelijke of wederkerende voornaamwoorden. Toch gaat het om duizenden wijzigingen; gemiddeld wel een paar op elke bladzijde.

Het tweede dat opvalt is dat zich in de reacties ook een andere duidelijke tendens aftekent – noem het een breed gedeelde lezerswens. In mijn parafrase luidt die reactie: ‘Is de NBV soms niet net iets te vrij? Zijn bepaalde bijbelse motiefwoorden niet onnodig verdwenen? Heeft de NBV in sommige gevallen niet een interpretatie gekozen die ingaat tegen de meer gebruikelijke uitleg? Zou het niet beter zijn als de vertaling de tekst soms iets minder invult?’

Die reacties komen niet vanuit één bepaalde groep lezers; ze zijn afkomstig uit sterk uiteenlopende tradities. Ze laten simpelweg zien welk imago de vertaling heeft onder een aanzienlijk deel van haar gebruikers. Zonder twijfel heeft dit voor een deel te maken met de traditie en met het feit dat men de NBV langs de meetlat van de NBG-vertaling 1951 legde, maar het louter op die manier framen doet geen recht aan de reacties. We zien in dat de NBV in bepaalde gevallen inderdaad haar hand heeft overspeeld. Soms is er te enthousiast voor ‘de andere mogelijkheid’ gekozen, soms zit de vertaling te dicht tegen die van de Groot Nieuws Bijbel aan en wordt er onnodig getransformeerd, soms is een brontekstkenmerk gesneuveld waar het behouden had kunnen blijven. Kortom: er zit een kern van waarheid in dit type reacties.

Onze opdracht was even eenvoudig als complex: ‘Doe recht aan dit lezersgeluid, op een manier die past bij de uitgangspunten van de NBV.’ Het zal duidelijk zijn dat we niet konden volstaan met het een voor een langslopen van de door lezers besproken verzen. Het betreft immers een tendens waar de NBV als geheel op diende te worden getoetst. We hebben daarom een werkwijze afgesproken waarin vier methodische uitgangspunten – speerpunten van de revisie – een centrale rol speelden. Deze vier speerpunten vloeien voort uit de methode van de NBV én ze verdisconteren de bovengenoemde tendens. Niemand die de NBV-methode omarmt, zal ertegen zijn. Ik heb deze vier punten eerder besproken, ten tijde van het begin van het project. [2]

1. Een hechter bouwwerk: vergroten van consistentie

Het versterken van de consistentie is de grootste categorie onder de vier speerpunten. Je kunt het versterken van consistentie ook zien als het inperken van onnodige variatie. Het houdt in dat we voortdurend toetsen of gekozen vertaaloplossingen passen binnen het grotere geheel, de NBV als complete tekst. De vertalers werkten aan een tekst in aanbouw. Als revisors hadden we het grote voordeel dat we vanaf het begin het hele corpus tot onze beschikking hadden en dat (met hulp van het programma Paratext) konden doorzoeken en analyseren.

In een boek dat zo omvangrijk is als de Bijbel vind je altijd vergelijkingsmateriaal, dus je kunt altijd toetsen. Dit werkt door op allerlei niveaus. Binnen bijbelboeken, tussen erkende parallelteksten, zoals in de synoptici of bij oudtestamentische citaten in het Nieuwe Testament, bij formules en vaste uitdrukkingen, bij toespelingen en intertekstualiteit, maar ook bij meer toevallige overeenkomsten tussen passages. Natuurlijk, in veel gevallen is variatie legitiem of zelfs geboden (de context weegt mee, het genre, het register van het bijbelboek, etc.), maar in veel andere gevallen bleek het strakker te kunnen: meer consistentie, geen onnodige variatie.

  • Genesis 2:24 wordt geciteerd in Matteüs 19:5, Marcus 10:7 en Efeziërs 5:31. Terwijl in de brontekst de verschillen minimaal zijn, lopen deze teksten in de NBV nogal uiteen. In de NBV21 worden ze nauwkeurig op elkaar afgestemd.
  • In Ruth 1:17 heeft de NBV als eedformule ‘de HEER is mijn getuige’; maar in de brontekst staat een vaste formulering die elders steeds is vertaald als: ‘anders mag de HEER met mij doen wat Hij wil!’ Diezelfde formule gebruiken we nu ook in Ruth.
  • In Lucas 2:7 staat nu dat Maria de pasgeboren Jezus ‘in een doek wikkelde’. Maar een parallelle formulering in Ezechiël 16:4 wordt vertaald met ‘in doeken wikkelen’. En in Wijsheid 7:3 spreekt een vergelijkbaar geval van ‘windsels’. In de revisie trekken we dit gelijk: ‘in doeken gewikkeld’.

Deze aanpak is ook gebruikt voor het Nederlands. In Deuteronomium 5:26 wordt voor ‘overleven’ of ‘in leven blijven’ de idiomatische uitdrukking ‘het kunnen navertellen’ gebruikt. Deze uitschieter in het Nederlands wordt in de NBV21 aangepast met behulp van formuleringen die in soortgelijke gevallen zijn gebruikt: ‘zijn leven behouden’. Meer voorbeelden noemt Reinoud Oosting in zijn artikel.

Bij het inperken van onnodige variatie worden en passant heel wat punten meegenomen waarop critici hebben gewezen (en talrijke níét-benoemde voorbeelden van hetzelfde type). Het resultaat is een betere afstemming met meer oog voor intertekstualiteit. Dat was vanaf het begin het doel van de NBV, maar komt nu scherper uit de verf. Het geheel vormt een hechter en consistenter bouwwerk.

2. Slimme concordantie: bevorderen van motiefwerking

De NBV heeft veel aandacht voor motiefwoorden in de tekst: die zijn belangrijk voor de samenhang van de tekst en voor de thematiek. Dit heeft alles te maken met concordantie. Concordantie is een verzamelterm voor strategieën om woorden uit de brontekst op vaste – dus herkenbare – manieren weer te geven in de vertaling. De NBV kiest voor functionele concordantie: woordherhaling moet betekenisvol zijn en goed werken in het Nederlands. Deze ‘slimme concordantie’ was voor de NBV een belangrijk principe. Toch blijkt achteraf dat de NBV op dit punt voor verbetering vatbaar is: in allerlei gevallen kunnen motieven in de tekst beter zichtbaar worden gemaakt zonder dat het Nederlands erop achteruitgaat.

Een voorbeeld uit 1 Korintiërs 14:3-26: Paulus gebruikt in dit gedeelte zeven keer het woord oikodomeô, ‘opbouwen’,en verwante termen. Dit motief is in de NBV gevarieerd weergegeven met afleidingen van ‘opbouwen’ en ‘baat hebben bij’. Maar omdat dit motiefwoord raakt aan de kern van Paulus’ betoog, hebben we gezocht naar een manier om steeds iets met ‘opbouwen’ te doen, zodat de boodschap beter blijft haken bij de lezer. In het artikel van Cor Hoogerwerf wordt dit voorbeeld nader toegelicht.

3. Een Bijbel zonder stokpaardjes: uitgaan van breed wetenschappelijk draagvlak

Vanaf het begin was het de bedoeling dat de NBV een vertaling zonder stokpaardjes zou worden. Dat is grotendeels gelukt, maar toch bleek er best nog het een en ander te verbeteren. In de revisie hebben we bij onze toetsing het volgende principe gehanteerd: uitgaan van breed wetenschappelijk draagvlak. Bij onze controle keken we dus ook goed naar de gekozen interpretaties in de vertaling. Als die omstreden zijn of ingaan tegen de gebruikelijke uitleg, was er reden om ze te herzien. Op diezelfde manier wegen we ook de binnengekomen suggesties. En wat we in elk geval niet hebben gedaan is in de revisie stokpaardjes van deze of gene briefschrijver of auteur in de vertaling verwerken.

De NBV bevat een schat aan originaliteit als het gaat om de manier waarop de brontekst tot klinken wordt gebracht in het Nederlands. Dát hebben we gekoesterd we in de revisie. Maar alles staat – als het goed is – op een solide basis van breed gedeelde interpretatie. Die basis hebben we in de revisie versterkt.

Een voorbeeld: de NBV heeft het gebed van Jona (Jona 2:3-10) in de tegenwoordige tijd gezet. Dat past goed bij het verhaal. Vanuit de vis bidt Jona om redding: ‘In mijn nood roep ik de HEER aan.’

Het probleem is alleen dat dit niet past bij de werkwoordsvormen in de brontekst. De Hebreeuwse werkwoordsvormen zijn – volgens bijna alle onderzoekers – op te vatten als verleden tijd. Jona’s gebed is geen smeekgebed, maar een dankgebed. ‘In mijn nood riep ik de HEER aan.’ De NBV21 volgt deze weergave. Maar hoe moeten we het gebed dan opvatten? Waarschijnlijk kun je zeggen dat de vis die God stuurt, het begin is van Jona’s redding. En vanuit de buik van de vis dankt Jona God voor zijn redding – alsof die al compleet is.

4. Minder is meer: niet te veel invullen

Er bestaat geen vertaling zonder interpretatie. Maar het is wel de vraag hoeveel je invult in de vertaling. Het mooiste is om zo vertalen dat de lezer voldoende aanknopingspunten heeft om bij de juiste interpretatie uit te komen zonder dat de vertaling die afdwingt. Zo is de NBV ook te werk gegaan. Toch zie je af en toe dat er te veel is ingevuld. De intentie is goed: het is de bedoeling om de lezer te helpen. Maar het werkt soms averechts: het wordt als storend ervaren. Bij onze controle letten we hierop. Als de vertaling te veel invult kon dat worden teruggedraaid. Meestal bleek dat een iets opener formulering de kwaliteit van de tekst juist ten goede komt. Dit is het ‘minder is meer’-principe.

Voorbeelden:

  • In Genesis 2:23 beginnen Adams woorden in de NBV als volgt: ‘Eindelijk een gelijk aan mij’. Dat is een te sterk ingekleurde vertaling. In de brontekst staat letterlijk iets als ‘deze dit keer’, wat het midden houdt tussen ‘deze keer is het raak’ en ‘zij is het!’ Dus luidt de NBV21: ‘Dit is ze!’
  • In Genesis 15:1 in de NBV zegt God tegen Abram: ‘Wees niet bang, Abram: ikzelf zal jou als een schild beschermen.’ De bedoeling van het beeld van het schild is hier ingevuld. Maar dan doet de vertaling iets wat de lezer ook prima zelf kan. Dus luidt de NBV21, conform brontekst: ‘Wees niet bang, Abram: Ikzelf zal een schild voor je zijn.’

Maatwerk

Met behulp van deze principes hebben we ieder bijbelboek grondig bekeken. Maar in het ene bijbelboek leidde het tot meer wijzigingen dan in het andere. We hebben steeds per boek bekeken wat er nodig was. Veel bijbelboeken waren al voor het grootste deel geslaagd, daar betrof ons werk vooral finetuning. Bij andere boeken viel er meer te winnen. Vaak betrof dat boeken waarover ook al veel discussie was gedurende het NBV-project zelf. Hoe de revisie per bijbelboek heeft uitpakt is een boeiend verhaal, waarvan we de komende tijd voorbeelden hopen te geven op website nbv21.nl en in een NBV21-nieuwsbrief (waarvoor je je kunt inschrijven via die website).

3. De NBV21 als eindpunt en nieuw begin

De cirkel is rond

Het bovenstaande laat zien dat de revisie verder gaat dan het doorvoeren van een aantal verbeteringen. Met de revisie sluiten we de fase van beproeving en bijsturing af. De NBV21 staat daarmee aan het eindpunt van een lang traject van bijna dertig jaar – ván de start van het project in 1993, de tussentijdse publicaties Werk in Uitvoering 1, 2 en 3, de lancering van de NBV in 2004, een periode van intensieve beproeving en lezersreacties, tot, uiteindelijk, de verwerking ervan in de NBV21. De revisie lost de belofte in die het NBG indertijd aan de lezers deed. Daarmee is de cirkel rond. Ik denk dat we mogen stellen dat we nu de meest afgewogen versie bereikt hebben van het ontwerp uit 1993. Aantrekkelijk en sprankelend én dicht bij de bron.

De NBV21 blijft de vertrouwde NBV, maar in een verbeterde vorm. Iedereen die nu al blij is met de NBV, zal – is onze verwachting – uitstekend uit de voeten kunnen met de nieuwe versie. Het is er alleen maar mooier en beter op geworden. Daarnaast hopen we dat de NBV21 reserves weg kan nemen bij lezers die zich tot de NBV aangetrokken voelen, maar er ook in bepaalde opzichten moeite mee hebben.

In het Nederlandse bijbellandschap neemt de NBV een centrale positie in tussen formeel-letterlijke vertalingen (NBG-vertaling 1951, Herziene Statenvertaling, Naardense Bijbel) aan de ene kant, en de sterk op betekenis gerichte vertalingen (Groot Nieuws Bijbel, Bijbel in Gewone Taal) aan de andere kant. Het is van belang dat deze vertaling, na een intensieve periode van beproeving, nu is bijgewerkt en bijgestuurd. De meest centrale en meest gebruikte Nederlandse vertaling komt daardoor nu beschikbaar in een nog beter afgewogen en uitgebalanceerde versie.

We hebben in de revisie veel moeilijkheden kunnen oplossen, maar niet alle. Iedere vertaling stuit op grenzen. Het is goed om ook dat te benoemen. We hebben niet de pretentie de perfecte vertaling te leveren. Er zal altijd iets te wensen overblijven.

Het onderscheid tussen taalkenmerk en tekstkenmerk is een geweldig hulpmiddel, en een van de pijlers van de NBV-methode. Idealiter krijgt ieder tekstkenmerk een plek in de vertaling. Meestal lukt dat ook, soms lukt het alleen indirect, en in bepaalde gevallen lukt het niet. Niet omdat we het niet willen of niet belangrijk vinden, maar omdat we op een grens stuiten.

Neem een woordspel in de brontekst. Het liefst wil je dat in de vertaling verwerken. Als je gebruik mag maken van spitsvondige of gekunstelde formuleringen, zal dat ook altijd lukken. Maar het resultaat zal in het Nederlands – in tegenstelling tot de brontekst – soms geforceerd klinken. De NBV wil taal gebruiken die niet gekunsteld aandoet maar natuurlijk klinkt. Dat stelt een grens. Binnen die grens hebben we al het mogelijke gedaan.

Vertalen en theologie

In 2004 klonk vaak de stelling: ‘Vertalen gaat aan theologie vooraf.’ Het lijkt me goed om nog eens te benoemen wat wij hieronder verstaan en vooral ook wat we er niet onder verstaan. Dit verstaan we er wel onder: als vertalers hebben we geen eigen theologische agenda, en we laten ons ook niet voor theologische karretjes spannen. Maar het betekent níet dat we de pretentie hebben dat de NBV neutraal is. Iedereen weet immers: dat kan niet. Vertaalkeuzes hebben consequenties. Daar zijn we ons van bewust. De keuze voor de canon en de volgorde van bijbelboeken geeft een theologisch profiel aan de vertaling. De NBV-keuze voor inclusief taalgebruik wordt natuurlijk onderbouwd vanuit taalkundige en exegetische overwegingen, maar er zit ook een ideële kant aan. Ook de keuze voor eerbiedshoofdletters geeft kleuring aan de vertaling. Een neutrale vertaling bestaat niet.

Wel is het van groot belang om te benadrukken dat de NBV interconfessioneel is en niet aan één bepaalde stroming gebonden. Daarbij past het principe ‘geen stokpaardjes’. Er is in dit type vertaling geen ruimte voor particuliere opvattingen van vertalers, revisors of commentators.

Dit is niet alleen een formeel uitgangspunt, het is ook mijn persoonlijke ervaring van de afgelopen jaren. De revisors werkten met een enorme gedrevenheid, maar wat ons dreef is taalgevoel en liefde voor de Bijbel, geen eigen theologie. Vertalen is voor ons een ambacht, een algehele toewijding aan de tekst. Taal is ons werktuig, de rest staat op afstand.

Ik kreeg een tijdje geleden de opmerking: ‘In MAW benaderen jullie de vertaalproblemen altijd zakelijk – taalkundig, exegetisch. Maar sommige problemen – zoals de vertaling van Exodus 20:5, de straffende God – zijn voor lezers eerder hermeneutisch: ze vinden het problematisch dat de Bijbel dit zegt.’ Ik denk dat dit wel klopt. De Bijbel roept vandaag de dag genoeg vragen op die niet (in de eerste plaats) vertaalkundig van aard zijn. Het is echt niet zo dat wij daar onze ogen voor sluiten. We proberen juist alert te zijn op alle gevoeligheden – en de talrijke opmerkingen van lezers hebben ons gescherpt. Maar de tools die wij als vertalers hebben, zijn talig: we interpreteren wat er staat en wegen af hoe we dat in onze taal kunnen weergeven.

Dat betekent dat je om de Bijbel te laten landen bij een eenentwintigste-eeuws publiek méér nodig hebt dan een goede vertaling. Maar het begint wel met een goede vertaling!

Tot slot

Revisie is dikwijls gepriegel op de vierkante millimeter, maar ieder detail staat in het teken van een hoger doel: het maken van een afgewogen eindtekst, waarin alle relevante aspecten hun rechtmatige plaats innemen. Nauwkeurigheid ten opzichte van de brontekst, goed Nederlands, wetenschappelijk up-to-date zijn, voldoen aan legitieme lezersverwachtingen, en de eigen stem en stijl van ieder bijbelboek vertolken. Alles moet een organisch geheel vormen. Dát was onze route naar een verbeterde versie, een versie die de NBV – naar wij hopen – doet winnen aan bruikbaarheid en zeggingskracht. Het was een voorrecht om er de afgelopen jaren aan te mogen werken.

Dr. Matthijs J. de Jong werkt bij het NBG als hoofd Vertalen en Bijbelwetenschap en is projectleider van de revisie van de NBV.

Bronvermelding

Matthijs de Jong, ‘Op weg naar de NBV21’, in: Met Andere Woorden 39/2 (oktober 2020), 4-19.

De foto bij dit artikel is gemaakt door Ruben Timman.

Noten

[1] Kolossenzen 4:6: ‘… laat wat u zegt altijd aantrekkelijk zijn, sprankelend, en weet hoe u op iedereen moet reageren’ (NBV21).

[2] Matthijs de Jong, ‘Revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling – Waarom en hoe?’ in: Met Andere Woorden 36/2 (2017), 22-36.